project

Technologies for the Risk Assessment of MicroPlastics

TRAMP

Expert(s):
prof.dr. Annemarie van Wezel

  • Startdatum
    01 sep 2015
  • Einddatum
    01 dec 2019
  • Opdrachtgever
    STW
  • samenwerkingspartner(s)
    Wageningen University (WUR), Universiteit Utrecht

Nanoplastics die als gevolg van plasticvervuiling in zee terechtkomen zijn schadelijk voor het zeeleven. Waarschijnlijk komen nanoplastics ook voor in zoet water, maar duidelijkheid hierover ontbreekt. Gezien de mogelijke gezondheidsrisico’s van nanoplastics is het belangrijk kennis over plasticvervuiling op te bouwen. Het project TRAMP brengt in kaart in welke mate de Nederlandse binnenwateren zijn vervuild met extreem kleine plastic deeltjes. KWR-onderzoekers dragen met name bij aan de meetmethode voor nanoplastic, aan begrip van gedrag/verwijdering in waterzuivering, en inzicht in humaanrelevante effecten (met behulp van bioassays). Resultaten worden vertaald naar de drinkwatersector.

Duidelijkheid nodig over plasticvervuiling

Al zo’n twee decennia zien wetenschappers allerlei wateren, met name oceanen, vervuild raken met plastic. De gevolgen voor het zeeleven zijn soms duidelijk zichtbaar. Dieren raken verstrikt in plastic netten en draden, of raken ondervoed omdat ze vooral plastic binnenkrijgen in plaats van voedsel. De gevolgen van plastic nanodeeltjes, die te klein zijn om met een standaard microscoop waar te nemen, zijn echter grotendeels onbekend. De deeltjes ontstaan wanneer plastic in het milieu langzaam maar zeker uiteenvalt tot steeds kleinere stukjes. Waarschijnlijk gebeurt dat niet alleen in zeewater, maar ook in zoet water.

Er bestaat veel behoefte aan meer duidelijkheid over plasticvervuiling, bijvoorbeeld over de omvang van het probleem, waarom plastic deeltjes gevaarlijk zouden kunnen zijn en of het probleem ook in Nederland speelt. Wetenschappers vermoeden dat ‘nanoplastics’ gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Een mogelijk gevaar is dat nanoplastics zich ophopen in planten of dieren, en uiteindelijk in onze voedselketen terechtkomen. Bovendien kunnen nanoplastics waarschijnlijk gemakkelijk schadelijke stoffen aan zich binden, en weer loslaten zodra ze in ons lichaam terechtkomen.

Het project TRAMP brengt in kaart in welke mate de Nederlandse binnenwateren zijn vervuild met extreem kleine plastic deeltjes. TRAMP werd gehonoreerd binnen het Open Technologieprogramma van STW. Het Open Technologieprogramma is een van de financieringsinstrumenten waarmee STW nieuwe technologie met economische en maatschappelijke waarde mogelijk maakt.

Methode voor grootte bepaling en identificatie van microplastics in een monster van oppervlaktewater IJsselmeer. De zwarte pijltjes zijn drie plastic deeltjes

Methode voor grootte bepaling en identificatie van microplastics in een monster van oppervlaktewater IJsselmeer. De zwarte pijltjes zijn drie plastic deeltjes.

Meetmethoden, gedrag en verwijdering, humaanrelevante effecten

In het project TRAMP ontwikkelt KWR samen met Wageningen University (WUR) en Universiteit Utrecht nieuwe methoden om kennis over de plasticvervuiling op te bouwen. Onze onderzoekers dragen met name bij aan de meetmethode voor nanoplastic, aan begrip van gedrag/verwijdering in waterzuivering, en inzicht in humaanrelevante effecten (met behulp van bioassays).

Nanoplastics meetbaar en voorspelbaar

TRAMP geeft antwoord op de vraag hoe je extreem kleine plastic nanodeeltjes kunt meten, in hoeverre Nederlandse zoetwatergebieden ermee vervuild zijn en hoe je de schadelijkheid daarvan kunt vaststellen. Ook worden rekenmodellen ontwikkeld om te voorspellen hoe de mate van plasticvervuiling meebeweegt met de productie van plastics. Via het collectieve onderzoek voor de waterbedrijven vertalen we de kennisontwikkeling naar wensen vanuit de drinkwatersector.

Bijzonder aan TRAMP is de grootschaligheid. Het programma is niet alleen omvangrijk omdat het nanoplastics zowel meetbaar als voorspelbaar wil maken. Daarnaast investeert een grote groep onderzoekpartners – naast STW – fors in het project. De groep bestaat uit acht waterschappen, het ministerie van Infrastructuur en Milieu, STOWA, IMARES, NVWA, RIKILT en RIWA. Gedurende het project zullen deze partijen, samen met onderzoeksinstituut Deltares, betrokken blijven bij het project en uiteindelijk de uitkomsten ervan kunnen toepassen.