project

Informatie over onderzoek naar microplastics in water

Microplastics in water

Expert(s):
dr. Stefan Kools, dr. Patrick Bäuerlein, Svenja Mintenig

  • Startdatum
  • Einddatum
  • samenwerkingspartner(s)

Om meer inzicht te krijgen in microplastics en nog kleinere deeltjes, voert KWR momenteel onderzoek uit waarin zo klein mogelijke deeltjes worden gemeten in onder meer oppervlaktewater en drinkwater.

Onlangs publiceerde de WHO een rapport over microplastics in drinkwater. In dit rapport wordt gesteld dat microplastics “alomtegenwoordig zijn in het milieu en zijn aangetroffen in zeewater, afvalwater, zoet water, voedsel, lucht en drinkwater, zowel in flessen als in kraanwater”. Op basis van de beperkte informatie op dit moment is er geen bewijs dat duidt op een gezondheidsrisico. De WHO stelt echter ook dat meer onderzoek nodig is om een beter beeld te krijgen van de exacte effecten van microplastics. Bovendien roept de WHO op tot vermindering van de plasticvervuiling. Onderzoekers van KWR onderschrijven deze verklaringen en pleiten ook voor een vermindering van plasticvervuiling en meer onderzoek naar de effecten van plastic deeltjes op de menselijke gezondheid en het milieu.

Welk onderzoek loopt er nu in Nederland?

Sinds enige tijd onderzoekt KWR de aanwezigheid en risico’s van microplastics in water in nauwe samenwerking met universiteiten en andere onderzoeksinstituten. Het onderzoek voert KWR uit voor waterbeheerders en drinkwaterbedrijven.

Voor waterbeheerders is de vraag bijvoorbeeld hoeveel deeltjes nu precies in het Nederlandse water zitten. In het NWO-domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW) loopt het onderzoeksproject Technologies for the Risk Assessment of MicroPlastics (TRAMP) om te meten hoeveel micro- en nanoplastics in het water zitten. Daarvoor moet eerst een methode ontwikkeld worden om de hoeveelheid micro- en nanoplastics nauwkeurig te kunnen meten.

Ander onderzoek richt zich bijvoorbeeld op hoeveel plastics via rioolwaterzuiveringen het milieu bereiken, en of deze deeltjes ook tegen te houden zijn met bijvoorbeeld The Great Bubble Barrier.

Ook wordt in Nederland onderzoek gedaan naar de microplastics in zeewater en willen Rijkswaterstaat en de Waddenacademie weten hoeveel deeltjes vrijgekomen zijn met de ramp met de MSC Zoe. De metingen uit andere projecten kunnen ook helpen om deze antwoorden te krijgen.

Drinkwaterbedrijven willen vanwege de zorg om de waterkwaliteit weten of deeltjes ook in hun drinkwater voorkomen. Hiervoor zijn nieuwe onderzoeksmethoden ontwikkeld zodat we in staat zijn om betrouwbaar te meten in de range van 10 tot 500 micrometer (een duizendste millimeter). In 2020 verwachten we de resultaten van dit onderzoek.

Vervolgonderzoek is gericht op het verder ontwikkelen van de methode om nóg kleinere deeltjes te meten, want hierover is nog weinig bekend. Dankzij de nieuwe meetmethoden kunnen we straks ook meer zeggen over de zuivering van deze deeltjes. Tot slot is het belangrijk om te weten wat de mogelijke herkomst van de deeltjes in drinkwater is.

Begin 2019 is vanuit ZonMw een grootschalig onderzoek gestart naar de effecten van micro- en nanoplastics op onze gezondheid. Hierin onderzoeken RIVM en KWR samen de vraag of micro-organismen op plastics de verspreiding van ziekten en antimicrobiële resistentie kunnen versterken.

Wat weten we nu al over de Nederlandse situatie?

Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat plastics voorkomen in water uit rioolwaterzuiveringen, grote rivieren en meren in Nederland. Maar geen enkele studie heeft systematisch gekeken naar plastic deeltjes in drinkwater. Een van de redenen daarvoor is dat de onderzoeksmethoden om plastic deeltjes in water op te sporen nog in ontwikkeling waren. Onderzoekers van de WUR stellen dat veel internationaal onderzoek nog niet goed bruikbaar is. Ondanks de onzekerheid over hoe nauwkeurig de meetgegevens zijn, concluderen ze wel dat het beeld ontstaat dat onbehandeld water meer deeltjes bevat dan water dat door de drinkwaterzuivering is gegaan. Ook zou grondwater lagere gehaltes plastic deeltjes bevatten dan oppervlaktewater. Het is volgens de onderzoekers zeer waarschijnlijk dat dit ook geldt voor de Nederlandse situatie.