Nieuws

“We willen antimicrobiële resistentie op de agenda zetten van de watersector”

KWR-onderzoek vergroot bewustzijn van AMR-verspreiding via de watercyclus

Deze zomer vertegenwoordigde Bas van der Zaan KWR tijdens een congres over antimicrobiële resistentie (AMR) in Australië. En in de herfst is hij medeorganisator van een workshop over dit onderwerp tijdens het IWA World Water Congress & Exhibition in Glasgow. Welke implicaties heeft AMR voor de watersector? En hoe helpt onderzoek om vragen hierover te beantwoorden.

Antibiotica bestaan al sinds het prille begin van het leven op aarde. Het zijn ‘chemische wapens’, gemaakt door bacteriën, schimmels en ander microleven om concurrerende micro-organismen uit te schakelen. Zo kunnen ze ongehinderd groeien en zichzelf vermenigvuldigen, bijvoorbeeld in water of bodem. Sommige micro-organismen zijn hierop aangepast. Ze hebben een manier ontwikkeld om zich tegen deze chemische oorlogsvoering te verweren: ze zijn resistent. Bij bacteriën spreken we dan over ‘antibioticaresistentie’. Hoewel dit dus een natuurlijk verschijnsel is, heeft dit vergaande gevolgen voor de menselijke gezondheid.

Niet alleen een probleem van de medische sector

Microbioloog Van der Zaan vertelt: “Sinds het begin van de twintigste eeuw zijn we met de ontdekking van penicilline antibiotica gaan gebruiken. Dit bleek heel goed te werken tegen infecties, veroorzaakt door bacteriën. Maar wanneer deze bacteriën resistent zijn tegen de antibiotica, overleven ze toch en helpen deze medicijnen niet meer. Heel lang werd gedacht dat antimicrobiële resistentie of AMR een probleem was van de medische sector. In ziekenhuizen waren ziekenhuisbacteriën rond die antibioticumresistent zijn; zij zijn van klinische relevantie. Ook veeartsen die met antibiotica werken, hebben met dit verschijnsel te maken. Intussen komen we er steeds meer achter dat ook via water en het milieu antibioticumresistentie wordt verspreid.”

Antibiotica in het riool

Hoe dit komt, licht Van der Zaan verder toe. “Wanneer mensen antibiotica slikken, plassen ze deze gedeeltelijk weer uit. Omdat rioolwaterzuiveringen niet zijn ontworpen om deze stoffen volledig te verwijderen, komen ze met het effluent ook in het oppervlaktewater terecht. Daarnaast zijn rioolwaterzuiveringen broedplaatsen van allerlei micro-organismen, wat de ontwikkeling van antibioticaresistentie in de hand werkt. Hoewel antibiotica van nature ook in het milieu voorkomen, zijn de concentraties in het effluent vele malen hoger en verschilt de samenstelling van wat je in de natuur aantreft. Wanneer je bijvoorbeeld in dit oppervlaktewater gaat zwemmen, of wanneer het wordt gebruikt voor het beregenen van voedselgewassen, kunnen mensen met antibioticaresistente bacteriën in contact komen. Deze kunnen zich nestelen in je darmen, wat op zich geen probleem hoeft te zijn want de meeste soorten zijn onschuldig. Maar ze kunnen het erfelijk materiaal dat hen resistent maakt wel aan andere bacteriën doorgeven. Zit daar een ziekmakende soort tussen, dan heb je kans dat bij het optreden van een infectie het slikken van antibiotica niet meer helpt.”

Afvalwaterzuiveringen getest op verwijderen AMR uit effluent

Samen met de afvalwatersector werkte Van der Zaan in opdracht van STOWA aan onderzoek waarin verschillende typen zuiveringen zijn getest op het verwijderen van antibioticaresistentie uit het effluent. Dit gebeurde in het kader van het Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater (IMPV). De resultaten presenteerde Van der Zaan deze zomer tijdens de Environmental Dimensions of Antimicrobial Resistance Conference (EDAR) in Brisbane, Australië.

Drie typen zuiveringen zijn onder de loep genomen, waarbij filtratietechnieken het meest veelbelovend zijn. Van der Zaan: “Zowel nanofiltratie als keramische filtratie blijken goed te presteren. Ze verwijderen de antibioticaresistente bacteriën tot onder de detectiegrens. Toepassing van oxidatietechnieken, zoals ozon of UV, geven wisselende resultaten, afhankelijk van de dosering en het organisch koolstofgehalte in het water. Adsorptietechnieken zoals actieve kool verwijderen nagenoeg niets aan antibioticaresistente bacteriën. Sterker nog: in het geval van biologisch actieve populaties kan deze techniek zelfs leiden tot iets hogere concentraties antibioticaresistente micro-organismen. Ook gaan ze genenpakketjes met elkaar uitwisselen die in het effluent terechtkomen. Dit zou de verspreiding van antibioticaresistentie in het milieu juist kunnen versterken.”

Hoewel meer monsterlocaties nodig zijn en de technieken verder moeten worden getest, denkt Van der Zaan dat waterschappen zeker hun voordeel met de resultaten kunnen doen. “Als je de zuivering met een extra stap gaat aanpassen om organische microverontreinigingen zoals PFAS en medicijnresten te kunnen verwijderen, neem hier dan ook de effectiviteit voor antibioticumresistentie in mee.”

Drinkwatersector en AMR

Behalve met de afvalwatersector, houdt KWR zich ook samen met de drinkwatersector bezig met vragen rond AMR. Binnen het collectieve onderzoeksprogramma Waterwijs staat het onderwerp al enkele jaren op de agenda van de themagroep Biologische Veiligheid. Maja Taucer-Kapteijn, Coördinator Onderzoek en Innovatie bij PWN, heeft zich jaren actief ingezet voor deze themagroep en is een van de drijvende krachten achter het onderzoek naar AMR in de watercyclus. Ze benadrukt het belang hiervan.

“We weten dat er momenteel geen risico’s zijn. Ons drinkwater in Nederland is vrij van klinisch relevante antibioticaresistente bacteriën. Tegelijkertijd betekent dit niet dat je het onderwerp van AMR kunt loslaten. Het is nodig om trends te blijven volgen, want met het veranderende klimaat neemt als gevolg van droogte de afvoer van rivieren af, waardoor de concentratie micro-organismen stijgt. Aan de andere kant treden ook zwaardere piekbuien op, waardoor riolen overstorten en micro-organismen in het milieu terechtkomen. Deze omstandigheden kunnen antibioticumresistentie in de hand werken.”

Nog geen wetgeving

Omdat momenteel nog niet wettelijk is bepaald dat drinkwaterbedrijven hun bronnen en zuiveringen moeten testen op antibioticumresistentie, hoeven ze hierover niet te rapporteren. Maar volgens Taucer-Kapteijn is het wel noodzakelijk om de vinger aan de pols te houden. “Door op de hoogte te zijn van ontwikkelingen in antibioticumresistentie, kunnen we tijdig zien wat zich eventueel onder de radar afspeelt. Dit maakt het mogelijk om te adviseren in het monitoren en in het vaststellen van een wettelijk kader. Ik zie het liever zo, dan andersom. We laten ons niet verrassen door een ontwikkeling die we kunnen zien aankomen. Want microbiologische veiligheid laat zich niet gemakkelijk sturen. Zodra bacteriën met klinisch relevante antibioticumresistentiegenen in het distributienet zitten, krijg je ze er niet makkelijk uit. Daarom moet je weten: wat zit er in onze bronnen? En zijn onze zuiveringen ook in dit opzicht toekomstbestendig? Hoe zit het met de overdracht van antibioticumresistentiegenen tussen klinisch wel en niet relevante bacteriën? Zijn er zuiveringsstappen die wij in de sector toepassen en die deze overdracht kunnen bevorderen? Voor antwoord op die vragen moet je onderzoek blijven doen.”

AMR agenderen tijdens IWA (Glasgow)

Om te weten waar dit onderzoek naar AMR zich de komende jaren op moet richten, moeten eindgebruikers – drinkwaterbedrijven, waterschappen, industrie – aangeven waar de zorgen liggen, welke acties ze zelf kunnen nemen en waar ze tegen barrières aanlopen. Tijdens een workshop die KWR mede-organiseert gedurende het aankomende IWA World Water Congress & Exhibition in Glasgow (4 tot en met 8 oktober 2026), hoopt Van der Zaan hier input op te krijgen.

“De workshop is geïnitieerd door de Global Water Research Coalition, een netwerkorganisatie van wateronderzoekers. Ik ben benieuwd in hoeverre AMR wereldwijd bij eindgebruikers in de watersector leeft. Door te laten zien wat de laatste jaren aan onderzoek is gebeurd, en dat de hele sector ermee te maken heeft, willen we het onderwerp agenderen. Tien jaar geleden begonnen we bij KWR met onderzoek naar het voorkomen van resistentiegenen in drinkwaterbronnen en de verwijdering hiervan in zuiveringen. Je hebt het dan over het genetisch materiaal op zich, waarvan je niet weet of het levensvatbaar is. Inmiddels richten we ons onderzoek op levende bacteriën die voldoen aan de specificaties van ziekenhuisbacteriën. Komen deze bijvoorbeeld ook voor in de Maas of in het IJsselmeer, waar we water uithalen om drinkwater van te maken? En zo ja, zijn deze bacteriën ook in staat om bij verschillende doseringen van verschillende antibiotica te groeien, wat aangeeft dat ze multiresistent zijn? Behalve het monitoren van antibioticaresistentie in drinkwaterbronnen en zuiveringen, zijn dit belangrijke aspecten van AMR om zicht op te blijven houden.”

Investeren in de toekomst

Op de vraag hoe PWN zich voorbereidt op de toekomst van antibioticumresistentie, geeft Taucer-Kapteijn aan dat het belangrijk is om te blijven investeren in gezamenlijk onderzoek. Zo wordt ook al bestaande kennis binnen en buiten de (drink)watersector goed benut. “Tot nu toe hebben de resultaten nog geen aanleiding gegeven om onze bedrijfsvoering te moeten aanpassen. Bacteriën, waaronder antibioticaresistende bacteriën, worden heel effectief verwijderd. Behalve inzicht in trends, leren we met onderzoek om welk type resistentie het gaat en in welke mate dit voorkomt, met welke antibioticagenen we te maken hebben, en welke bacteriën dragers van deze genen zijn. Dat is nodig om de eventuele risico’s te kunnen beoordelen.”

Behalve onderzoek, moet ook worden geïnvesteerd in de samenwerking tussen drinkwaterbedrijven en waterschappen, vervolgt Taucer-Kapteijn. “Vanuit mijn functie probeer ik het geheel te overzien. Meerdere drinkwaterbedrijven zijn gebruiker van oppervlaktewater als bron van drinkwater. Met het lozen van rwzi-effluent hebben waterschappen impact op deze bron. Het AMR-vraagstuk betreft dus de volledige watercyclus. Door de inrichting van die watercyclus vanuit een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid aan te vliegen, ervaren mensen dat we van elkaar afhankelijk zijn. Dit vraagt om een andere manier van organiseren, waarin oorspronkelijk gescheiden werelden worden samengebracht. Samen onderzoek doen is bij uitstek geschikt om te komen tot duiding van risico’s richting de relevante partijen, zowel drinkwaterbedrijven als beleidsmakers.”

 

Wil je meer weten over de bijdrage van KWR tijdens het IWA Global Water Congress & Exhibition in Glasgow (4 tot en met 8 oktober 2026)? Klik hier voor de agenda.

delen