Riool levert betrouwbare gegevens drugsgebruik in Europese steden

Unieke wetenschappelijke samenwerking onthult harde feiten over Europees drugsgebruik

Drugsgebruik riool Voor het eerst in de geschiedenis hebben wetenschappers gegevens vergeleken over illegaal drugsgebruik in negentien Europese steden op basis van analyse van rioolwatermonsters. Amsterdam blijkt, samen met Antwerpen, koploper te zijn in cocaïnegebruik. Nederland (Amsterdam, Eindhoven en Utrecht) blijkt, wederom samen met België, ook het meeste MDMA (XTC) te gebruiken.  

Het Noorse Instituut voor Wateronderzoek (NIVA) en het Mario Negri Instituut in Milaan hebben het initiatief genomen voor een gezamenlijke studie met onderzoeksinstituten uit elf Europese landen. In Nederland heeft KWR Watercycle Research Institute deelgenomen aan het onderzoek.

19 steden in 1 week

Alle onderzoeksdeelnemers hebben in dezelfde week in maart 2011 onbehandelde rioolwatermonsters verzameld in negentien Europese steden uit 11 landen. Deze monsters zijn onderzocht op de aanwezigheid van resten in de urine van cocaine, amfetamine, MDMA (XTC), methamfetamine en cannabis. De resultaten zijn vandaag gepubliceerd in het peer-reviewed journal ‘Science of the Total Environment’.

Resultaten

Onderzoekers hebben het totale drugsgebruik door de inwoners van elke stad afgezet tegen het aantal inwoners. Op deze manier kan een grote stad als Londen direct vergeleken worden met een kleinere stad als Oslo. Een aantal opvallende bevindingen: 

  • Amsterdam heeft samen met Antwerpen het hoogste cocaïnegebruik per inwoner. Het cocaïnegebruik is hoger in West- en Centraal-Europa en lager in Noord- en Oost-Europa.
  • Op basis van de onderzoeksresultaten kan berekend worden dat het totale cocaïnegebruik in Europa 355 kilo per dag is. Deze schatting komt overeen met 10 tot 15 procent van het wereldwijde gebruik van cocaïne (zoals vastgesteld door het United Nations Office on Drugs and Crime).
  • Het gebruik van MDMA is het hoogst in Nederland en België. In enkele Scandinavische landen werd nauwelijks MDMA gevonden in de monsters, maar juist weer meer amfetaminen.

Drugsbeleid tot nu toe vaak gebaseerd op enquêtes

Onderzoek naar drugsgebruik vormt een belangrijke basis voor het ontwikkelen van effectief drugsbeleid, en voor het bepalen van de effectiviteit van het huidige drugsbeleid in landen. Tot op heden zijn enquêtes de meest gebruikte onderzoeksmethode. Gebruikelijk is om het onderzoek te richten op een specifieke groep binnen de samenleving, zoals bezoekers van feesten of drugsverslaafden, of op de bevolking in het algemeen. Aanvullende informatie komt van de politie, uit douanerapporten over inbeslagnemingen en uit opname- en medische data van ziekenhuizen.

Rioolonderzoek geeft betrouwbare gegevens

“Er zal altijd enige onzekerheid zijn over de betrouwbaarheid van op enquêtes gebaseerde studies. Onderzoek van riolen in steden geeft zeer accurate en betrouwbare gegevens over de in totaal gebruikte drugs”, zegt dr. Kevin Thomas, Research Manager bij NIVA. Thomas leidde het onderzoek en is van mening dat de metingen in riolen een belangrijke aanvulling zijn op huidige onderzoeksmethoden. “Door het onderzoek in riolen kunnen we vaststellen hoe groot het drugsgebruik is in een stad. Er kan ook snel gemeten worden of er in een korte tijd veranderingen zijn , bijvoorbeeld na een inval van de politie bij productielocaties of inbeslaglegging door de douane.”

Methode wint snel terrein

De huidige onderzoeksmethode is in 2012 in verschillende Europese en Amerikaanse steden toegepast. In Nederland heeft KWR samen met het RIVM in 2009 en met de UvA in 2010 ook al onderzoek gedaan in Nederlandse steden en op Schiphol naar een uitgebreidere set illegale drugs en afbraakproducten. Het meest aangetroffen werden amfetamine, cocaïne, cannabis en enkele tranquilizers. Thomas: “Deze methode is overal toepasbaar. Met de juiste financiering hebben we voor het eerst de mogelijkheid meer inzicht te verkrijgen in de harde feiten omtrent wereldwijd illegaal drugsgebruik.”

Het volledige onderzoeksrapport

Klik hier voor het volledige onderzoeksrapport op ScienceDirect. 

Meer informatie

Voor meer informatie over het onderzoek, kunt u contact opnemen met prof.dr. Pim de Voogt, KWR Watercycle Research Institute: pim.de.voogt@kwrwater.nl, (+31 6 22 69 03 59)

Voor informatie over het onderzoek in Noorwegen en Italië kunt u contact opnemen met respectievelijk Kevin Thomas, Norwegian Institute for Water Research (kevin.thomas@niva.no) en Sara Castiglioni, Mario Negri Institute Milaan (sara.castiglioni@marionegri.it).

Contact

Pim de Voogt
Pim de Voogt

Hoogleraar Milieuchemie
030 60 69 528
pim.de.voogt@kwrwater.nl

Login

 

Username Password
Remember me