project

Toepassing methodiek voorspellen toekomstige storingsfrequenties

Expert(s):
dr.ir. Karel van Laarhoven, dr. Yuki Fujita, dr.ir. Bas Wols, ir. Andreas Moerman

  • Startdatum
    01 jan 2018
  • Einddatum
    31 dec 2019
  • Opdrachtgever
    Bedrijfstakonderzoek
  • samenwerkingspartner(s)
    Brabant Water

Het voorspellen van storingsfrequenties is belangrijk voor het bepalen van saneringsvolumes en prioritering van saneringen. De voorspellingen worden gebruikt voor prioritering van leidingsaneringen, en  zijn medebepalendbij het schatten van ontwikkelingen in operationele kosten (OPEX) en OLM. Onzekerheden in de voorspellingen hebben een grote impact op het investeringsbeleid van de drinkwaterbedrijven en op welke vervangingsprojecten wanneer  aan de beurt zijn.

Dit project werkt de methodiek voor het voorspellen van storingen verder uit. Dat gebeurt door het toevoegen van fysische modellen aan de vergelijking met statistische modellen, en door in een casusstudie de mogelijkheden van de methodiek te onderzoeken.

Onderbouwde degradatiecurves

Het voorspellen van storingsfrequenties gebeurt meestal door een statistisch model te kiezen en dit model op de storingsgegevens te fitten. Welk statistisch model wordt gekozen, is moeilijk te onderbouwen, maar zorgt wel voor grote verschillen in resultaten. Binnen dit project wordt een methodiek uitgewerkt waarbij het spanningsmodel Comsima wordt gebruikt voor een onderbouwde keuze voor een statistisch model. Daarnaast vergelijken de onderzoekers de in de literatuur meest gangbare modellen  met de storingsfrequenties, waarna zij de set door te rekenen modellen vaststellen Dit geeft een verbeterde voorspelling van toekomstige storingsfrequenties en daarnaast een betrouwbaarheidsmarge rond de resultaten.

Toepassing op een casus

Om de mogelijkheden van de methodiek te toetsen, wordt deze toegepast op een casus. Voor deze casus worden de storingsregistraties geanalyseerd, zoals spreiding van storingsfrequenties als functie van liggingsomstandigheden, cohortindeling en trends. Ook vergelijkt het project de resultaten met USTORE-gegevens. Hieruit volgen o.a. verschillen in trends, duiding en aanbevelingen voor aanvulling van USTORE met gewenste parameters. Vervolgens wordt de methodiek doorlopen. Het project duidt en beschrijft de resultaten en doet aanbevelingen voor verbetering.