project

Organisch keukenafval via riool

In het kader van de circulaire economie is het voor gemeenten belangrijk om keukenafval (groente-fruit, ofwel GF) zo goed mogelijk te benutten door hoogwaardige en duurzame verwerking. In wijken met hoogbouw is dit vrijwel onmogelijk omdat GF niet apart wordt ingezameld. Wanneer inzameling via het afvalwater gebeurt, bestaat deze kans wel. In dit project is aangetoond dat er technisch gezien geen belemmering bestaat om voedselrestenvermalers toe te passen voor een efficiëntere terugwinning van grondstoffen uit afvalwater. En voor hoogbouw is inzameling van GF met deze techniek de oplossing met de laagste milieu-impact.

Variabele binnenhuisrioolconfiguratie van de experimentele opstelling.

Technologie

Voor een efficiëntere terugwinning van grondstoffen uit afvalwater moeten de concentraties van grondstoffen omhoog. Dit kan door meer organisch afval toe te voegen, en minder water. We spreken hierbij van de “nieuwe waterketen”: via een voedselrestenvermaler komt GF in het riool terecht. Samen met het geconcentreerde huishoudelijke toiletwater (zwart water) wordt dit vergist in een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI).

Doel van het project OSKAR (organisch keukenafval via riool) was te onderzoeken of toepassing van een voedselrestenvermaler in een woning mogelijk is. Daarbij zijn verschillende aspecten bekeken, namelijk technische (gericht op de binnenhuisriolering), governance (wat kan er volgens de Nederlandse wetgeving) en duurzaamheid (vergelijk met inzamelen GF via andere routes). Het aspect gebruikersgemak is niet meegenomen.

Onderzocht is of de huidige binnenhuisriolering de afvoer van GF via een vermaler aankan. Uiteraard mag dit afval niet voor verstopping of voor andere ongewenste randverschijnselen en belemmeringen zorgen, zoals corrosie en/of betonrot door H2S of een toename in de methaanemissie. Uit literatuuronderzoek blijkt dat de effecten van GF op de riolering en RWZI wel al worden onderzocht, maar onderzoek naar de binnenhuisriolering blijft achter.

In dit project is een opstelling gebouwd met een voedselrestenvermaler, een gootsteen en verschillende configuraties van binnenhuisriolering (variatie in afschot, lengte, diameter, bochten, horizontale en verticale buizen), en een groot aantal verschillende soorten (gemengd) voedsel. Onze laboratoriumexperimenten laten zien dat er geen technische belemmering bestaat om voedselrestenvermalers toe te passen. Wel wordt aanbevolen om dit met een pilotstudie in de praktijk en op lange termijn te bevestigen. De belangrijkste randvoorwaarden zijn het hanteren van voldoende afschot en het volgen van de bestaande ontwerprichtlijnen bij de installatie.

Experimentele opstelling van voedselrestenvermaler.

Uitdaging

Voor het bepalen van de milieu-impact is een vergelijking gemaakt van drie scenario’s: afvoer van organische voedselresten via een GFT-bak (GFT-scenario), afvoer via het restafval (restafvalscenario) of afvoer waarbij de voedselresten via een voedselrestenvermaler via het riool worden afgevoerd (rioolscenario). Als basis voor dit onderzoek dient het STOWA 2015-07 rapport. Dit model is geüpdatet met een nieuwe life cycle inventory (LCI) database en de impact assessment methode is herzien. De conclusie blijft staan dat afvoer van organisch keukenafval via GFT-afval een lagere impact heeft dan via het riool, maar het verschil is minder groot dan in de oude methode.

Het gebruik van een groenere energievorm is vooral gunstig in het rioolscenario. De milieu-impact van het rioolscenario kan omlaag door reductie van het huishoudelijke waterverbruik en door de impact van de vermaler zelf te verkleinen. Die impact neemt af bij het vermalen van meer GF per apparaat – bijvoorbeeld wanneer meerdere huishoudens hun GF via dezelfde vermaler zouden afvoeren – of bij significante toename in de gebruiksduur van de vermaler. Voor hoogbouw geldt dat de afvoer van GF via het riool aanzienlijk beter is dan afvoer via restafval.

Oplossing

Een belangrijk obstakel voor de afvoer van GF via een vermaler is het huidige verbod op het gebruik hiervan. Voedselrestenvermalers worden door het ministerie van VROM als ongewenst beschouwd omdat zij “een aanvullende last leggen op het riool”. Hiermee wordt gedoeld op de mogelijkheid van meer verstoppingen en op het feit dat de verwerking van het effluent bij RWZI’s meer emissies oplevert.

Binnen de huidige wetgeving lijkt het mogelijk om vermalers toe te passen. Dit valt binnen het kader van de vrijstelling voor gemeenten om alternatieve manieren van afvalinzameling in bepaalde gebieden te introduceren. Voor vermalers houdt dit wel in dat het afvalwater separaat moet worden verwerkt, buiten de RWZI om. Dit betekent dat een pilot kan worden uitgevoerd.

Het succesvol implementeren van een pilot lijkt momenteel de meest veelbelovende methode om wijzigingen in het huidige beleid te realiseren. Het kunnen aantonen dat de verrijkte afvalstroom uit de vermaler geen extra belasting voor de RWZI vormt, speelt hierbij een centrale rol.

Binnenhuisrioolsectie na een test met een hoog gehalte VET.