project

Drinkwater klimaatbestendig, nu en in de toekomst

Drinkwater en temperatuur: niet te koud, niet te warm, maar precies goed

Expert(s):
dr.ir. Claudia Agudelo-Vera, dr. Jojanneke van Vossen, dr.ir. Mirjam Blokker

  • Startdatum
  • Einddatum
  • samenwerkingspartner(s)

Drinkwater in Nederland wordt tot hoge kwaliteitsstandaarden gezuiverd en vervolgens in het ondergrondse leidingnet naar de consument gebracht. Transportleidingen brengen het drinkwater naar de bewoonde gebieden en bedrijven. De distributieleidingen verdelen vervolgens het drinkwater over de inwoners en de aansluitleidingen brengen het drinkwater naar de individuele woningen en bedrijven. Een van de eisen aan drinkwater is dat drinkwater aan de tap niet warmer mag zijn dan 25 graad Celsius.

Voordat het water het leidingnet in gaat, wordt het gecontroleerd op kwaliteit. Ook het water dat uit het leidingnet komt, moet voldoen aan hoge kwaliteitseisen. Eén daarvan is de eis dat drinkwater aan de tap niet warmer mag zijn dan 25˚C. Om dit te controleren nemen de drinkwaterbedrijven regelmatig watermonsters.

De temperatuur van het drinkwater kan zeer beperkt worden beheerst door de drinkwaterbedrijven. De temperatuur waarmee het water het leidingnet in gaat wordt bepaald door de temperatuur van de bron, dat kan grondwater of oppervlaktewater zijn. De temperatuur van dat oppervlaktewater varieert per seizoen. Tussen de zuiveringslocatie en de tapkraan wordt de temperatuur van het drinkwater beïnvloed door de temperatuur van de bodem rond de leidingen. Dit is met name het geval voor distributieleidingen en aansluitleidingen, waar het water regelmatig niet snel stroomt en de leidingen klein zijn. Het drinkwater neemt dan snel de temperatuur aan van de bodem waarin de leidingen liggen. De temperatuur van de bodem is niet het hele jaar gelijk. De buitentemperatuur heeft invloed op de temperatuur van de bodem. Bijvoorbeeld, als het een langere periode vriest, dan zal de bovenste laag van de bodem ook bevriezen. Maar ook in de zomer, als het langere periodes warm is, zal de bodem langzaam opwarmen, hoe ondieper hoe sterker de opwarming. De bodem heeft meer tijd nodig om te reageren op een temperatuurverandering dan de lucht. De diepte waarop distributieleidingen nu liggen (rond 1 meter diepte) was tot nu toe voldoende voor een goede temperatuur van het drinkwater.

Bedreiging door klimaatverandering

Volgens de KNMI klimaatscenario’s zal rond 2030 de zomer gemiddeld 1˚C warmer zijn dan in het huidige klimaat (1981 tot en met 2010). Rond 2050 zal de gemiddelde zomertemperatuur tussen 1 en 2,3 ˚C warmer zijn dan nu en rond 2085 zelfs tussen 1,2 en 3,7˚C. Ter vergelijking, de zomer van 2018 was 1,9 ˚C warmer dan normaal. Als de zomers warmer worden, dan wordt ook de bodem in die zomers warmer. Studies van KWR hebben laten zien dat er in het distributienet hotspots aan te wijzen zijn, dit zijn locaties waar het warmer is dan gemiddeld. Dit zijn bijvoorbeeld locaties die altijd in de volle zon liggen, onder asfalt of in de buurt van warmtebronnen, zoals warmtenetten. In deze hotspots is er een risico dat de temperatuur van het drinkwater af en toe hoger is dan 25 ˚C. In het huidige klimaat is dat hooguit incidenteel, maar rond 2050 en daarna kan dit veranderen tot een aantal weken per jaar. Door de ontwikkelingen rond de energietransitie komen er potentiële hotspots bij. De ondergrond wordt steeds voller met elektriciteitskabels, warmtenetten, WKO-installaties en daardoor wordt ook de kans steeds groter dat drinkwaterleidingen hier dusdanig dichtbij liggen dat de temperatuur van het drinkwater hierdoor wordt beïnvloed. Dit is ongewenst en daarom zijn maatregelen noodzakelijk.

Oplossingen liggen voorhanden

Leidingen gaan vele decennia mee. Om problemen te voorkomen, is het daarom belangrijk zo snel mogelijk met oplossingen te beginnen. De oplossing om te warm drinkwater te voorkomen is het tegengaan van nieuwe hotspots. KWR heeft verschillende maatregelen onderzocht op effectiviteit. Voldoende afstand tot warmtebronnen is belangrijk, KWR onderzoekt momenteel samen met Deltares wat de minimale afstand is. Beschaduwing door gebouwen en vooral vegetatie is effectief, omdat die warmte uit de lucht halen door verdamping en de bodem vochtig houden. Dieper leggen van de leidingen kan, maar is een dure maatregel. Andere maatregelen werken alleen lokaal, zoals isoleren of afkoelen van het drinkwater.

Maatregelen zijn maatwerk en de drinkwaterbedrijven kunnen dit niet alleen, zeker omdat veel genoemde maatregelen zelfs onder de verantwoordelijkheid vallen van de andere stakeholders in de bovengrondse en ondergrondse ruimte. Om wateroverlast en hittestress tegen te gaan, zijn veel gemeenten al aan het nadenken over vergroening van wijken. Als we duurzaam en gezond drinkwater meteen in die plannen meenemen creëren we win-winsituaties. Daarom zou het goed zijn als ook drinkwatertemperatuur een onderdeel wordt van de duurzaamheidsvisies van gemeenten.