Nieuws

Nieuws

Wetenschappers, professionals en praktijkvernieuwers leren van elkaar

Strategen uit de watersector buigen zich over meervoudige waardecreatie

Meervoudige waardecreatie is een actueel onderwerp dat de watersector raakt. Het was onderwerp van gesprek tijdens de DWSI-sessie op 12 maart waarbij strategen uit de watersector met elkaar aan tafel gingen. Meervoudige waardecreatie betreft het gezamenlijk ontwikkelen van brede maatschappelijke waarde. De watersector kan hiermee haar bijdrage aan de samenleving vergroten, vooral op gebieden waar ze nu geen kerntaak heeft.  Dat is geen gemakkelijke opgave, want hoewel meervoudige waardecreatie wel al in de watersector gebeurt, ontbreken de instrumenten om dit goed in beeld te brengen. Onderzoek van KWR draagt bij om waardes te identificeren en vast te leggen.

Op 12 maart vond in Amerongen de eerste denktanksessie van Dutch Water Sector Intelligence (DWSI) plaats van dit jaar, georganiseerd door KWR. DWSI is het platform gericht op toekomstverkenningen voor en door de gehele watersector. De sessies zijn bedoeld om nieuwe onderwerpen te agenderen en om betekenis te geven aan de gesignaleerde ontwikkelingen. Onderwerp van gesprek was meervoudige waardecreatie: een actueel begrip dat de watersector raakt.

Meervoudige waardecreatie

Onder de noemer ‘meervoudige waardecreatie’ wordt geëxperimenteerd met nieuwe manieren om nutsvoorzieningen te organiseren en verschillende maatschappelijke doelen aan elkaar te koppelen. Een nuttig onderwerp om met strategen van waterschappen, waterbedrijven, wetenschappers en praktijkvernieuwers van gedachten te wisselen. Meervoudige waardecreatie is niet alleen zinvol en belangrijk, maar met de komst van de  Omgevingswet wordt het ook steeds meer de norm. Zo kan meervoudige waardecreatie bij de vraag naar extra afvoer van regenwater waterschappen tot andere oplossingen bewegen dan het aanleggen van dikke rioolbuizen om overtollig water snel af te voeren. Het regenwater kan lokaal worden opgevangen, bijvoorbeeld op het plein van een woonwijk. Daar heeft het water ’s zomers een functie ter voorkoming van hittestress en vervult het een gemeenschapsfunctie. ‘Bij meervoudige waardecreatie gaat het erom maatschappelijke waarde toe te voegen,’ legt KWR-onderzoeker Henk-Jan van Alphen uit. ’Ook waardes waar niet of nog niet over gerapporteerd wordt in de jaarverslagen van waterorganisaties.’

Draagvlak vergroten

Meervoudige waardecreatie schept kansen voor de watersector omdat organisaties hiermee kunnen laten zien dat zij bijdragen aan maatschappelijke doelen zoals klimaatadaptatie, duurzaamheid en CO2-reductie. Dat vergroot het draagvlak voor investeringen op dat gebied. ‘Op termijn wordt het net zo belangrijk om te laten zien wat je maatschappelijk bijdraagt, als hoe goed je je basistaken uitvoert,’ denkt Van Alphen. Maar het belangrijkste voordeel van waardecreatie is dat de watersector hierdoor meegaat in ontwikkelingen die haar gaan beïnvloeden, vindt de onderzoeker. ‘Nu is de watersector sterk ingericht op efficiëntie en effectiviteit. Een te grote nadruk op efficiëntie kan ten koste gaan van andere waarden, zoals duurzaamheid. Alles wat van de norm afwijkt is duur. Maar er zijn veel initiatieven die aan het belang van de watersector raken. Denk aan inwoners van een wijk die besluiten regenwater in huis te gaan gebruiken, bijvoorbeeld voor het doorspoelen van het toilet. Als de watersector hier niet in meegaat bestaat met verkeerde aansluitingen het risico dat ongezuiverd regenwater in drinkwaterleidingen terechtkomt, met gevaren voor de volksgezondheid. Betrokkenheid van de waterorganisaties bij dit soort initiatieven behoedt iedereen voor vergelijkbare incidenten. De sleutel is om belangen met elkaar te koppelen.’

Meetbaar maken

Conclusie van de DWSI-denktenksessie over meervoudige waardecreatie is dat dit in de watersector al volop gebeurt, zonder het goed in beeld te brengen. Hoe komt dat? Van Alphen: ‘Waterbedrijven en waterschappen hebben maatschappelijke taken, doorgaans vertaald in prestatie- indicatoren, beleidsdoelen en andere middelen voor interne toetsing. Maar de maatschappelijke waarde die zij creëren wordt niet expliciet gemeten en gerapporteerd. Dat maakt het lastig om draagvlak te krijgen of extra financiering voor bepaalde ingrepen. Het is aan de watersector zelf om hier verandering in te brengen. Dit zal hen ook helpen om mee te veranderen in de grote transitieopgaves rondom energie en klimaat.’

Koppeling en onderzoek

Voor KWR betekent de uitkomst van de DWSI-sessie bevestiging dat de goede weg is ingeslagen met het oppakken van het onderwerp meervoudige waardecreatie binnen het programma Water in de Circulaire Economie. Zo loopt er een aantal casusstudies, waaronder een koppelkansentraject waarbij een woonwijk wordt ontwikkeld met een geïntegreerde waterkringloop. Gekeken wordt hoe drinkwaterproductie, afvalwaterzuivering, lokaal water (bv. vijvers) en bodemwater met slimme systemen kunnen worden gecombineerd zodat zij elkaar versterken. ‘Met dit onderzoek proberen we te achterhalen welke waardes waar worden gecreëerd en hoe deze kunnen worden vastgelegd,’ legt Van Alphen uit. ‘Wie heeft belang bij die waardes? En wie is bereid om mee te doen en te investeren?’

Nieuwe norm

Als meervoudige waardecreatie de nieuwe norm wordt in het werken van de watersector heeft dit ingrijpende gevolgen, denkt Van Alphen. ‘Organisaties moeten bepalen welke waardes zij belangrijk vinden en hoe zij hierover gaan rapporteren. Dat vraagt aanpassingen in de organisatiestructuur. Naar buiten toe zijn mensen nodig die samenwerkingsverbanden kunnen initiëren. Mensen die bereid zijn om vergaand mee te denken met andere organisaties. Dat vereist een open blik. Voor waterschappen is dat misschien minder moeilijk. Zij hebben al een brede taakopvatting. Bij waterbedrijven ligt het anders. Vanwege hun specialisatie is het denk ik lastiger de switch te maken. Experimenteren met deze werkwijze kan daarbij helpen.’

Henk-Jan van Alphen tijdens de DWSI-sessie van 12 maart.