Nieuws

Nieuws

SENSE: decentraal water besparen en recyclen

De gangbare watersystemen in steden voeren over lange afstanden drinkwater aan en afvalwater af. Maar stel nu eens dat we die processen konden aanvullen met recycling of -besparingssystemen in eigen huis of wijk? Het SENSE-project onderzoekt hoe bewoners hiernaar kijken. ‘Er is voor de watertransitie nog weinig onderzoek gedaan naar de mening van eindgebruikers,’ zegt Diederik van Duuren van Waterleiding Maatschappij Limburg (WML).

We hebben het bij recycling of -besparing van water in de eigen omgeving over een ‘decentraal’ systeem. In ontwikkelingslanden is daar al veel onderzoek naar gedaan. Maar hoe zit het met de ontwikkelde landen? De ervaring die is opgedaan met waterloze toiletten in Afrika bezuiden de Sahara lijkt niet direct toepasbaar in de dichtbevolkte steden in Europa.

Social Evaluation of New Sanitation Experiments (SENSE)

Om deze leemte in de kennis op te vullen is onder de auspiciën van de Europese Unie een vierjarig project gelanceerd: Social Evaluation of New Sanitation Experiments (SENSE), ofwel ‘maatschappelijke evaluatie van nieuwe experimenten in waterzuivering’. SENSE moet zorgen voor meer inzicht in de diversiteit die er bestaat aan decentrale systemen in de praktijk, en hoe de betrokken bewoners daar tegenaan kijken. Het project SENSE wordt mede gefinancierd uit onderzoeksprogramma Water in de Circulaire Economie (WiCE) van de Nederlandse waterbedrijven, De Watergroep en KWR.

Waterbesparende toiletten

In het SENSE-project werken allerlei disciplines bij zowel nutsbedrijven als onderzoeksinstellingen met elkaar samen. Vier jaar lang worden op zes demonstratielocaties duizenden ervaringen en perspectieven van eindgebruikers onderzocht. De zes locaties vertegenwoordigen een scala van technologieën, waaronder waterbesparende toiletten, recirculatiedouches, voedselvermalers, systemen voor de recycling van regenwater, en technologieën voor de terugwinning van materialen en energie uit afvalwater. De demonstratielocaties verschillen in schaalgrootte, sociaaleconomische context en technologische configuratie. Ze variëren van de drijvende duurzame wijk ‘Schoonschip’ in Amsterdam en een woonwijk op een voormalig militair terrein in Hamburg tot nieuw ontwikkelde wijken in de havens van Helsingborg en Gent.

SUPERLOCAL

‘Voor de energietransitie is er al veel onderzoek gedaan naar de sociaaleconomische interacties en hoe de eindgebruikers er tegenaan kijken. Maar voor water is dat er niet,’ zegt Diederik van Duuren, adviseur strategie en innovatie bij NV Waterleiding Maatschappij Limburg (WML). ‘In de watersector hebben we ten aanzien van decentrale technologieën doorgaans een strak omlijnd aandachtspunt: wordt de technologie geaccepteerd door de eindgebruikers en kunnen we hen er door middel van de gehele informatievoorziening vertrouwd mee maken? Transformatieve systeeminnovaties zijn veel complexer dan dat.’

Van Duuren is betrokken bij een van de demonstratielocaties, SUPERLOCAL, een circulaire wijk in Kerkrade (Zuid-Limburg) die als het ware de inspiratiebron vormde voor SENSE. In deze wijk, met 250 inwoners, worden zwart en grijs afvalwater gescheiden, worden energie en materialen teruggewonnen uit afvalwater, en wordt regenwater gezuiverd tot drinkwaterkwaliteit. ‘SUPERLOCAL is te klein om wetenschappelijke conclusies uit te kunnen trekken,’ aldus Van Duuren.

Eigen woonomgeving

‘In SENSE willen we meer te weten komen over nieuwe manieren van werken, rollen en ervaringen van eindgebruikers die dit soort nieuwe technologieën en innovaties dagelijks gebruiken in hun eigen woonomgeving. Het gaat hierbij om een invalshoek die tot nu toe te weinig is toegepast in onderzoek.’ In het vier jaar durende project worden huiseigenaren in Nederland, Zweden, Duitsland en België ondervraagd naar hun ervaringen aan de hand van verkennende interviews in de vorm van gesprekken, grootschalige enquêtes en vervolg-interviews.

Co-creatie model

Henk-Jan van Alphen, wetenschappelijk onderzoeker circulaire economie bij KWR, denkt dat het onderzoek nutsbedrijven, projectontwikkelaars en woningcorporaties op den duur in staat zal stellen om beter samen met burgers technologieën te selecteren voor hun wijk. ‘De tijd is voorbij dat projectontwikkelaars huizen bouwen en vervolgens standaard sanitaire systemen installeren voordat het huis op de markt komt en wordt verkocht, aldus Van Alphen. Buurten gaan over op co-creatiemodellen, waarbij nutsbedrijven, gemeenten, projectontwikkelaars en burgers met elkaar samenwerken. Het SENSE-project kan informatie en kennis aandragen voor deze processen, zodat er keuzen worden gemaakt op basis van de beste informatie die te krijgen is,’ aldus Van Alphen. De bevindingen van het project moeten het voor nutsbedrijven en hun klanten gemakkelijker maken om lokale technologieën aan te passen, en voor marktpartijen om betere sanitaire systemen te ontwerpen en daarmee de ervaring voor de eindgebruiker te verbeteren.

Minder tevreden

SENSE loopt inmiddels ruim een jaar en heeft al een aantal interessante inzichten over sommige decentrale technologieën aan het licht gebracht. Zo bleek in de notoir dure wijk Schoonschip in Amsterdam uit een enquête dat meer dan de helft van de ondervraagden aangaf ‘minder dan verwacht’ tevreden te zijn over de ingebouwde vacuümtoiletten. Hun kritiek betrof vooral het lawaai en enkele functionele storingen door problemen bij de installatie, aldus Van Duuren. In recenter ontwikkelde gebieden met strengere installatierichtlijnen en verbeterde stille vacuümtoiletten zou slechts een kwart van de bewoners nog kiezen voor een traditioneel toilet in plaats van een vacuümtoilet.

Watervraag verminderen

Op den duur zou een succesvolle inzet van decentrale systemen kunnen helpen om de watervraag te verminderen en waardevolle materialen en energie terug te winnen uit afvalwater. De nauwere band die daarbij ontstaat tussen nutsbedrijven en klanten heeft bovendien ook extra maatschappelijke waarde. ‘Het volledige maatschappelijk-technische systeem omgooien is echter een complexe aangelegenheid. Dat is een proces van decennia,’ concludeert Van Duuren. ‘Toch blijkt uit het SENSE-onderzoek dat eindgebruikers zich gemakkelijk leken aan te passen en binnen enkele maanden hun gedrag veranderden. Bewoners waren er trots op in zo’n duurzame wijk te wonen. Doordat ze in hun eigen woning te maken kregen met deze duurzame technologieën gingen ze zich ook in andere opzichten milieuvriendelijker gedragen. Dat zijn de ‘spill-over effecten’, zoals we dat noemen.’