Nieuws

Nieuws

Bevindingen van het NWO-onderzoeksprogramma Schaliegas & Water: de relatie tussen bodemexploitatie en waterkwaliteit

Workshop ‘Duurzame exploitatie van de diepe ondergrond’

In Nederland wordt al vele tientallen jaren olie en gas gewonnen. Welke gevolgen heeft die olie- en gaswinning voor het milieu en voor de samenleving? Die vraag werd lange tijd nauwelijks gesteld, niet in de wetenschap en ook niet in de samenleving als geheel. De laatste jaren is de maatschappelijke belangstelling voor de gevolgen van de exploitatie van de diepe ondergrond echter sterk gegroeid. Dat kwam vooral door de bodemdaling als gevolg van de gaswinning, en door de discussie rond een eventuele winning van schaliegas.

Wat betekent de exploitatie van de diepe ondergrond voor het grondwaterpeil en de kwaliteit van het grondwater? Om daar meer inzicht in te krijgen, werd in 2015 het NWO-programma Schaliegas & Water gestart: een gemeenschappelijk onderzoeksprogramma van drie waterbedrijven (Oasen, WML en Brabant Water) samen met KWR en een consortium van universiteiten (Utrecht (UU), UvA en Wageningen).

Het onderzoeksprogramma werd op 21 november 2019 afgerond met een workshop bij KWR. In deze workshop werden de onderzoeksresultaten van de afgelopen vier jaar behandeld. Ook werd besproken wat de bevindingen zeggen over een toekomstige duurzame exploitatie van de diepe ondergrond.

Wat heeft het NWO-programma Schaliegas & Water opgeleverd?

In het vierjarige programma Schaliegas & Water ging de aandacht vooral uit naar de risico’s van schaliegaswinning voor het watersysteem in Nederland, de mogelijkheden om die risico’s te ondervangen, en de werking van nationale en internationale wetgeving.

Gilian Schout (UU) presenteerde zijn onderzoek naar de lessen die zijn getrokken uit het toezicht op oude, afgedankte boorputten in Nederland en het risico dat daarin methaangas kan vrijkomen. Gilian constateerde dat methaan kan vrijkomen uit de diepere lagen in het grondwater. Om dergelijke ‘lekken’ te kunnen meten, zijn echter geavanceerde en uiterst precieze meettechnieken nodig.

Ann-Hélène Faber (UU/UvA) deed onderzoek naar de samenstelling en risico’s van water dat wordt gebruikt bij de winning van schaliegas. In de Verenigde Staten worden bijna 1400 verschillende chemicaliën toegepast bij schaliegaswinning. De EU blijkt voor slechts 44% van die chemicaliën regelgeving te hebben. In nieuwe regelgeving moet prioriteit worden gegeven aan de overige 56%. Bovendien moeten de meest schadelijke chemicaliën worden vervangen door groene alternatieven.

Andrii Butskovkyi (Wageningen) berekende hoeveel water er nodig is bij de winning van schaliegas. Ook onderzocht hij in hoeverre de watervoorraden in Nederland kwantitatief en kwalitatief kunnen worden aangesproken voor schaliegaswinning. Andrii onderzocht bovendien verschillende zuiveringsopties voor terugvloeiend water (flowback) en water gebruikt in het productieproces (produced waters). Tessa van den Brand (KWR) presenteerde de uitkomsten van een levenscyclusanalyse (lifecycle analysis, LCA) voor de verschillende zuiveringsopties voor water afkomstig uit het productieproces. De uitkomsten van deze analyse waren beperkt door een gebrek aan gegevens over de chemicaliën die worden gebruikt bij schaliegaswinning. De informatievoorziening daarover moet duidelijk beter, zodat de neveneffecten van schaliegaswinning, en van de olie- en gaswinning in het algemeen, beter kunnen worden ingeschat.

Herman Kasper Gilissen (UU) besprak de rol van overheden en wetgeving bij het reguleren van de milieurisico’s van de exploitatie van de ondergrond. Hij benadrukte onder meer hoe moeilijk het is om  regelgeving te maken voor een sector die zich nog steeds snel ontwikkelt en waarin veelvuldig andere chemicaliën worden gebruikt en nog veel onzeker is.

De ochtendsessie van de workshop werd afgerond door Annemarie van Wezel (UvA). Zij gaf een overzicht van de opbrengst van het onderzoeksprogramma tot nog toe.

Duurzaam gebruik van de (diepe) ondergrond: wat biedt de toekomst, en wat is er nodig?

Ruud van Nieuwenhuijze (Brabant Water) besprak de visie van de drinkwaterbedrijven die het onderzoek hebben ondersteund. Zijn belangrijkste boodschap was dat het onderzoeksprogramma de zorgen van de Nederlandse drinkwaterbedrijven bevestigde. Hoewel er in Nederland inmiddels geen sprake meer is van schaliegaswinning zijn de uitkomsten van het onderzoek toch relevant vanwege de energietransitie en de toenemende exploitatie van de diepe ondergrond. De kennis en het netwerk die de watersector en de energiesector samen hebben opgebouwd blijven ook na afloop van het onderzoeksprogramma van belang.

Niels Hartog (KWR) presenteerde een vooruitblik op een toekomstig duurzame exploitatie van de (diepe) ondergrond. De exploitatie van de diepe ondergrond in Nederland gaat al ver terug; denk aan de conventionele winning van olie en gas. Maar Nederland heeft ook veel zoetwater. De uitdaging is om die watervoorraden te beschermen en tegelijkertijd duurzaam te blijven profiteren van de diepe ondergrond. In het kader van de energietransitie zal de diepe ondergrond steeds meer worden gebruikt voor opslag (bijvoorbeeld thermische warmte, CO2, waterstof, aardgas, enz.). De nieuwe toepassingen voor de ondergrond zullen moeten worden geoptimaliseerd. Tegelijkertijd zal er onderzoek moeten worden gedaan naar de mogelijke neveneffecten van die nieuwe toepassingen. Meer onderzoek is nodig om de risico’s op voorhand zoveel mogelijk te beperken. Ook is er behoefte aan slimmer toezicht, zodat problemen vroegtijdig kunnen worden gesignaleerd.

De workshop eindigde met een paneldiscussie over de toekomstige onderzoeks-agenda voor de diepe ondergrond. In het panel waren uiteenlopende disciplines vertegenwoordigd: vertegenwoordigers van de energiesector (Jorien Schaaf, EBN), het NWO (Hayfaa Abdul Aziz), de water- en milieusector (Annemarie van Wezel, UvA) en overheid en regelgeving (Marleen van Rijswick, UU).