project

Regenwater als bron voor drinkwater: productiekosten en milieuaspecten

Expert(s):
dr.ir. Roberta Hofman, dr.ir. Tessa van den Brand

  • Startdatum
    01 jan 2016
  • Einddatum
    31 dec 2018
  • Opdrachtgever
    Bedrijfstakonderzoek
  • samenwerkingspartner(s)
    Waternet, Oasen

Veel mensen denken dat het duurzaam zou zijn om drinkwater te maken van opgevangen regenwater. In Nederland blijkt echter onvoldoende regenwater te vallen om de vraag te dekken. Alleen op grotere schaal zoals in een hele woonwijk zijn de kosten acceptabel. Dit project laat zien dat opgevangen regenwater als drinkwater voor het milieu nauwelijks tot geen winst oplevert, of zelfs een negatief effect heeft.

Duurzaamheid van regenwater als drinkwater

Volgens veel mensen is opgevangen regenwater een duurzame bron voor drinkwater. Om te onderzoeken in hoeverre dit het geval is, hebben we de mogelijkheden voor wateropvang en –behandeling bekeken in zowel een dichtbevolkte stadswijk als voor een vrijstaande woning in het buitengebied, inclusief de kosten en invloed op het milieu.

Basisvraag en inventarisatie

Begonnen werd met de basisvraag: in hoeverre dekt de hoeveelheid neerslag die in ons land kan worden opgevangen de lokale behoefte aan drinkwater? Vervolgens is nagegaan welke zuiveringstechnieken nodig zijn om uit regenwater drinkwater te maken, wat dit kost en welke effecten op het milieu zijn te verwachten.

Voorlopig geen voordelen

De resultaten tonen aan dat de hoeveelheid neerslag die in een dichtbevolkt gebied kan worden opgevangen hooguit genoeg is om te voorzien in de helft van de lokale watervraag. Dit ligt anders in het buitengebied: met een lagere bevolkingsdichtheid – en dus lagere watervraag en vaak een groter dakoppervlak – is het wel mogelijk om voldoende regenwater op te vangen. De kosten van een individuele waterzuivering zijn echter veel te hoog voor een praktisch uitvoerbaarheid. Voor een hele stadswijk komen de kosten overeen met die van centraal gezuiverd drinkwater.

Om de milieu-impact te bepalen is alleen uitgegaan van “consumables”: verbruiksgoederen als chemicaliën en energie, geen installaties en gebouwen. Hieruit blijkt dat kleinschalige zuivering vanwege de lagere efficiëntie van bijbehorende processen een grotere milieu-impact heeft dan centraal geleverd water. Bij een zuivering op wijkschaal is in geringe mate een gunstig effect te zien, wat echter teniet wordt gedaan door het bouwen van lokale zuiveringen en de gevolgen hiervan voor het milieu.