Nieuws

Willem Koerselmanprijs 2025 gaat naar co-auteur Frederic Béen

Meest geciteerde publicatie biedt handvatten voor non-target screening

Op 7 april nam Frederic Béen de Willem Koerselmanprijs 2025 in ontvangst voor de wetenschappelijke publicatie ‘NORMAN guidance on suspect and non-target screening in environmental monitoring’. Het artikel brengt vanuit verschillende hoeken de best practices in non-target screening bij elkaar. “Er bestaan nog niet zoveel handvatten voor milieuanalyses”, vertelt Béen. “En het NORMAN-netwerk staat bekend als een betrouwbare referentie. Dat het artikel vaak is geciteerd, viel daarom wel te verwachten.”

In 2025 tikte de betreffende publicatie nog net niet de honderd citaties aan. Béen droeg bij aan het onderdeel over dataverwerking. Bij het in ontvangst nemen van de onderscheiding, benadrukte de onderzoeker de teamprestatie van de totstandkoming van de prijswinnende NORMAN guidanceKWR-collega’s van het chemisch laboratorium en onderzoekers uit de groep Chemische waterkwaliteit en gezondheid doen al ruim 15 jaar onderzoek op het gebied van non-target screening. “KWR levert al meerdere jaren een belangrijke bijdrage aan NORMAN, een netwerk van laboratoria en onderzoeksinstellingen dat onderzoek verricht op het gebied van milieuanalyses”, zegt Béen. Dit samenwerkingsverband is van belang voor de wetenschappelijke samenwerking op het vlak van opkomende stoffen in de omgeving, zoals in de bronnen voor drinkwater. “Als lid van de non-target screening werkgroep is KWR een van de koplopers in toepassingen voor de drinkwatersector”, vervolgt Béen. “Binnen het collectieve onderzoeksprogramma Waterwijs bestaat volop de ruimte om deze nieuwe en complexe techniek tot een hoger niveau te brengen. We werken hierin intensief samen met de drinkwaterlaboratoria. Dat we bij NORMAN aan tafel zitten, betekent dat we daar onze kennis kunnen delen en ook kennis van andere leden kunnen opdoen.”

Non-target screening

Non-target screening is een uitgebreide chemische analyse die zoveel mogelijk vervuilende stoffen in kaart brengt die potentieel in het milieu aanwezig kunnen zijn. Behalve water, gaat het eveneens om bodem, lucht en ook menselijke monsters, zoals urine en bloed. Béen: “Vanwege de complexiteit is non-target screening lastig te standaardiseren. Daarnaast is zo’n inperking ongewenst, want dit zou een verdere ontwikkeling van de techniek kunnen beperken. Het was dan ook zeker niet de bedoeling van onze publicatie om een richtlijn in het leven te roepen. Maar we wilden wel suggesties en minimumeisen aanreiken die wenselijk zijn voor het genereren van goede en betrouwbare data. Denk bijvoorbeeld aan het opzetten van analyses met voldoende nulmetingen, zodat eventuele verontreinigingen worden uitgesloten. Met non-target screening gaat het om het identificeren van onbekende stoffen, daarom moet je nauwkeurig werken om te voorkomen dat je stoffen verkeerd identificeertOok moet je bij de dataverwerking zorgvuldig werken om voldoende vertrouwen in de resultaten te kunnen hebben. In non-target screening passen we bijvoorbeeld vaak trendanalyses toe, daarmee kan je ontwikkelingen in de tijd volgen. Bij eventuele afwijkingen in de data, wil je er zeker van zijn dat die daadwerkelijk afkomstig zijn van veranderingen in de aanwezigheid van stoffen in het milieu, en niet door afwijkingen in de meetapparatuur of dat ze door dataverwerking zijn geïntroduceerd. Het is dus uiterst belangrijk hoe je je metingen verricht én hoe je je data verwerkt.”

Meetlat voor wetenschappelijke publicaties 

De handvatten uit de publicatiesamen met andere kwaliteitsrapportagetools die recent zijn voorgesteld, worden nu door sommige wetenschappelijke tijdschriften als ‘meetlat’ gebruikt voor auteurs die een paper op het gebied van non-target screening willen inleveren. Hierbij moeten onderzoekers laten zien dat zij volgens de juiste wijze hebben gewerkt. Volgens Béen zorgt de publicatie daarmee voor een belangrijke meerwaarde, zowel voor mensen die nog maar net met non-target screening beginnen als voor mensen die hun werk hierin willen verdiepen en verbeteren. “Het vergroot het bewustzijn van de voorwaarden waaraan je met non-target screening moet voldoen, zowel tijdens de analyses als tijdens de interpretatie van je data. En het verhoogt de wetenschappelijke kwaliteit van dit type onderzoek

Ondersteunend netwerk 

Dat de ontwikkelingen rond non-target screening met de prijswinnende publicatie door het NORMAN-netwerk is opgepakt, vindt Chief Science Officer van KWR Ruud Bartholomeus een sterke zet. “Het NORMANnetwerk staat goed bekend in het bevorderen en uitwisselen van informatie over opkomende milieustoffen”, zegt hij. “En het stimuleert de validatie en harmonisatie van gemeenschappelijke meetmethoden en monitoringinstrumenten. Op die manier kan beter worden voldaan aan de behoeften van risicobeoordelaars en risicobeheerders. Onderzoeksteams uit verschillende landen voelen zich door het netwerk ondersteund en kunnen tevens hun voordeel doen met de synergie, voortkomend uit de kennisuitwisseling rond dit belangrijke vraagstuk. Het werk dat in de publicatie wordt gepresenteerd draagt bij aan het signaleren van nieuwe problematische stoffen, het biedt methoden om risico’s te beoordelen en het geeft informatie over stoffen die bijvoorbeeld in de industrie worden gebruikt. Door onderdeel te zijn van het NORMAN-netwerk, blijft KWR meedoen in het vooroplopen in de nieuwste methoden voor het opsporen van stoffen in water. De impact van de publicatie zie ik als een bevestiging van het belang van wat KWR-collega’s binnen dit netwerk doen.”

Van onderzoeksinstrument naar praktijkinstrument 

Kijkend naar de toekomst, voorziet Béen dat non-target screening een steeds belangrijkere en onmisbare rol voor de watersector gaat spelen. “De waterkwaliteit staat in toenemende mate onder druk. Er komt steeds meer bij kijken om te weten welke stoffen in het water aanwezig zijn en om te kunnen laten zien dat we het water voldoende kunnen zuiveren. Daarom moeten bestaande routinematige technieken worden gecombineerd met non-target screening. Maar, zoals ik al aangaf, zorgt de complexiteit van deze techniek voor de nodige uitdagingen. In de praktijk wordt non-target screening al toegepast, maar het blijft ingewikkeld en tijdrovend. Als onderzoekers moeten we nog de nodige stappen zetten om het werk voor de laboratoria te vergemakkelijken. Non-target screening moet zich evolueren van een onderzoeksinstrument naar een praktijkinstrument. Daarnaast moeten we de techniek steeds blijven verbeteren. Gevoeliger maken, meer alomvattend, ervoor zorgen dat het makkelijker wordt om onbekende stoffen te identificeren. Er valt nog genoeg te doen.”

Wat is de Willem Koerselmanprijs? 

Sinds 2009 reikt KWR de Willem Koerselmanprijs uit aan de auteur van het meest geciteerde artikel van dat jaar in een wetenschappelijk tijdschrift, werkzaam bij ons instituut. De prijs inspireert onderzoekers om de impact van onderzoek voor de watersector inzichtelijk te maken. De naam van de prijs is verbonden aan voormalig KWR-onderzoeker Willem Koerselman, die nog steeds hoog scoort met zijn publicatie The vegetation N:P ratio: A new tool to detect the nature of nutrient limitation’ (1996), in het Journal of Applied Ecology, samen met co-auteur Arthur Meuleman. Het totaal aantal citaties hiervan ligt inmiddels op 2.279, een prachtige prestatie en een voorbeeld voor iedereen met hart voor de waterpraktijk.

WKZ radiologie
Frederic Béen wint Willem Koerselmanprijs 2025
WKZ radiologie
Frederic Béen wint Willem Koerselmanprijs 2025
WKZ radiologie
Frederic Béen wint Willem Koerselmanprijs 2025
WKZ radiologie
Frederic Béen wint Willem Koerselmanprijs 2025
Frederic Béen Willem Koerselmanprijs 2025
Frederic Béen wint Willem Koerselmanprijs 2025
WKZ radiologie
WKZ radiologie
WKZ radiologie
WKZ radiologie
Frederic Béen Willem Koerselmanprijs 2025
delen