project

Effecten van verstuivingsdynamiek op instandhouding en herstel van Grijze duinen

Expert(s):
drs. Camiel Aggenbach, dr. Edu Dorland, dr. Yuki Fujita, prof.dr.ir. Flip Witte

  • Startdatum
    01 jan 2016
  • Einddatum
    31 dec 2016
  • Opdrachtgever
    DPWE en BG Bronnen
  • samenwerkingspartner(s)

Sinds 2012 wordt in DPWE verband onderzoek verricht aan de herstel- en beheerproblematiek van Grijze duinen. Het onderzoek is een mix van kijken wat er in het veld ‘gebeurt’ en het doorgronden van de achterliggende processen.

Het doel van dit onderzoek is een nadere interpretatie van de gegevens die in 2014 en 2015 zijn verzameld in en rond acht stuifkuilen. Dit om te bepalen: (i) de effecten van verstuiving op de kwaliteit van bodem en vegetatie van duingraslanden en (ii) de duurzaamheid van effecten.

In 2016 beantwoorden we de volgende vragen:

  • Hoeveel zand is er uit de deflatiezone verdwenen en hoeveel afgezet rond de stuifkuil?
  • Hoe hangt dat samen met de omvang, morfologie en landschappelijke positie van de stuifkuil?
  • Hoe werkt het zandtransport door op de verplaatsing van kalk c.q. zuurbuffercapaciteit en andere belangrijke stoffen zoals ijzer en fosfaat?
  • Hoe werkt stoftransport door op de kwaliteit van de vegetatie en op welke ruimtelijke schaal?
  • Hoe werkt de aanvoer van stoffen (vooral kalk) door op de duurzaamheid van goed ontwikkelde duingraslanden in de strooizone?

Hoe duurzaam zijn goed ontwikkelde duingraslanden die in de deflatiezone na stabilisatie ontstaan?

Effecten van verstuivingsdynamiek op instandhouding en herstel van Grijze duinen

Zandbalans, kwantificering zuurbuffercapaciteit, ruimtelijk patroon bodemchemie en vegetatie/plantensoorten, duurzaamheid gebufferde omstandigheden

De activiteiten zijn als volgt:

  • Berekening van de zandbalans (zand verdwenen uit deflatiezone, zand afgezet in depositiezone, missende restpost) van afzonderlijke stuifkuilen op basis van inmeting van de topografie en interpretatie van bodemprofielbeschrijvingen. Er wordt daarbij ook gekeken naar de onzekerheidsmarges. Voor een viertal stuifkuilen is dan nog een hoogtemeting van de deflatiezone nodig.
  • Op basis van de opgestelde zandbalansen en beschikbare bodemchemische gegevens wordt de hoeveelheid aangevoerde zuurbuffercapaciteit in de strooizone rond stuifkuilen gekwantificeerd. Ook voor o.a. ijzer en fosfor wordt dit bekeken aangezien deze elementen een belangrijke rol spelen in de fosfaatbeschikbaarheid.
  • Nadere analyse van het ruimtelijke patroon bodemchemie en vegetatie/plantensoorten.

Berekening van de duurzaamheid van beter gebufferde omstandigheden in strooizones en in deflatiezones na het stoppen verstuiving. Een goede zuurbuffering is belangrijk voor de ecologische kwaliteit van duingraslanden. Deze berekeningen vinden plaats met een nieuwe versie van DUVELCHEM (Stuyfzand 2010) met input van zorgvuldig gescreende bodemkwaliteitsgegevens en recente data van bulk atmosferische depositie (volgend uit 4,5 jaar monitoring in de nabije NW-kern van de Kennemerduinen; Stuyfzand & Arens 2015).

DPWE-rapport en workshop

Het project resulteert in een DPWE-rapport met de resultaten van de analyse. En er komt een workshop met de ecologen, beheerders van de DPWE bedrijven en andere natuurbeheerders in samenwerking met OBN.