Nieuws

Nieuws

Nederlandse drinkwaterbronnen kwetsbaar voor gewasbeschermingsmiddelen

Nederlandse grond- en oppervlaktewaterbronnen zijn kwetsbaar voor verontreiniging met oude én nieuwe gewasbeschermingsmiddelen en afbraakproducten daarvan. Dit blijkt uit een overzichtsstudie van wateronderzoeksinstituut KWR op basis van monitoringdata van de drinkwaterbedrijven uit de periode 2010-2014. Bij innamepunten van oppervlaktewater voor drinkwaterproductie en in voorraadbekkens troffen de onderzoekers sporen aan van meerdere gewasbeschermingsmiddelen. Op veel locaties zaten daar normoverschrijdende concentraties bij. Ook bij het merendeel van de freatische grondwaterwinningen (d.w.z. grondwaterwinningen die niet door een afdekkende kleilaag worden beschermd) komen sporen van gewasbeschermingsmiddelen of afbraakproducten voor.

Het drinkwater in Nederland voldoet aan de hoge wettelijke kwaliteitsnormen dankzij de continue zuiveringsinspanning die de drinkwaterbedrijven leveren. De onderzoekers pleiten ervoor het drinkwaterbelang een grotere rol te laten spelen in het gewasbeschermingsmiddelenbeleid om zo de benodigde zuiveringsinspanning, nu en in de toekomst, zo veel mogelijk te beperken. Dit is ook zo vastgelegd in de Kaderrichtlijn water: de kwaliteit van drinkwaterbronnen dient niet te verslechteren en bij voorkeur te verbeteren, zodat een beperkte zuiveringsinspanning kan volstaan.

De studie bevestigt dat beschikbare gegevens over aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen in grond- en oppervlaktewater beter moeten worden benut bij de toelatingsprocedure van (nieuwe) gewasbeschermingsmiddelen. De laatste jaren nam het aantal toegelaten middelen op de Nederlandse markt licht toe tot bijna 850. Zorgwekkend is dat ook diverse van de recent toegelaten middelen reeds in grond- en oppervlaktewater werden terugvonden.

Aantal aangetroffen gewasbeschermingsmiddelen of hun afbraakproducten in freatische grondwaterwinningen (d.w.z. grondwaterwinningen die niet door een afdekkende kleilaag worden beschermd). De kaart toont het aantal typen middelen dat één of meerdere malen is aangetroffen in individuele winputten gedurende de periode 2010 – 2014.