Nieuws

KWR en Rijkswaterstaat starten grootschalig monitoringsproject in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

KWR en Rijkswaterstaat starten in 2026 een nieuw monitoringsproject bij twintig Nederlandse rioolwaterzuiverings-installaties.  Dit project is een opdracht van IenW in het kader van innovatieve monitoring op het gebied van waterkwaliteit. In dit project worden het binnenkomende afvalwater (influent) en het gezuiverde uitgaande water (effluent) onderzocht om inzicht te krijgen in de stoffen die via RWZI-lozingen het oppervlaktewater beïnvloeden. De resultaten leveren belangrijke kennis op voor RWZI-beheer, waterkwaliteitsbeheer, beleid en de implementatie van nieuwe Europese regelgeving.  

KWR kent een lange historie van goede samenwerking met Rijkswaterstaat (RWS) op het gebied van chemische monitoring. Zo wordt al jarenlang goed samengewerkt op het gebied van onder andere HPLC-UV monitoring, Non Target screening met Hoge Resolutie Massaspectrometrie en data-analyse, zie bijvoorbeeld HPLC-UV screening project – KWR.

Oppervlaktewater is van groot belang voor de drinkwatervoorziening, recreatie en ecosystemen. De waterkwaliteit kan beïnvloed worden door rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s), die gezuiverd afvalwater (effluent) lozen. De daarin aanwezige stoffen kunnen invloed hebben op de kwaliteit van dit afvalwater en daarmee ook op het oppervlaktewater. De stoffen die via deze lozingen in het oppervlaktewater terechtkomen zijn vaak nog onvoldoende in beeld, doordat de RWZI’s effluent van zowel industrieel als huishoudelijk afvalwater ontvangen. 

Met de herziening van de EU Richtlijn stedelijk afvalwater zijn er nieuwe eisen gesteld aan RWZI’s met betrekking tot stikstof (N) en fosfor (P), maar ook met betrekking tot de verwijdering van microverontreinigingen. In Nederland wordt gewerkt aan de implementatie van deze richtlijn in wet- en regelgeving, onder regie van het ministerie van Infrastructuur en Water. 

Een onderdeel van de nieuwe regelgeving is de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV). Dit betekent dat producenten uit de cosmetische en farmaceutische sector bijdragen aan de kosten van extra zuiveringsstappen die nodig zijn om microverontreiningen uit afvalwater te verwijderen. Om een overzicht te hebben van potentieel milieuschadelijke stoffen die in RWZI’s terechtkomen en worden geloosd, is het noodzakelijk om een bredere screening uit te voeren van het binnenkomende- (influent) en uitgaande, gezuiverde (effluent) water van RWZI’s.

Opzet van het onderzoek

Om te achterhalen welke stoffen precies in het afvalwater aanwezig zijn, worden in dit onderzoek zowel influent als effluent van in totaal twintig waterzuiveringsinstallaties verspreid over Nederland onderzocht, over een periode van ongeveer anderhalf jaar. In deze periode worden driemaal monsters genomen: in de zomer van 2026, in het najaar van 2026 en in het voorjaar van 2027. In totaal worden circa 200 monsters onderzocht, grotendeels bij KWR. De monsters in het voor- en najaar worden genomen in een relatief droge en relatief natte periode. In de zomer worden de monsters alleen in een droge periode genomen.

De monstername wordt uitgevoerd door de RWZI-beheerders. De analyses betreffen doelstof analyses (concentraties van gidsstoffen) en suspect en non-target-screening (NTS) waarbij alleen de signalen gebaseerd op overeenkomsten met één of meerdere stofbibliotheken worden betrokken, zie bijvoorbeeld Meten en identificeren van verontreinigende stoffen – KWR.

De gegevens uit dit project zijn niet alleen relevant voor IenW, Rijkswaterstaat en KWR, maar ook voor nationaal en internationaal onderzoek en beleid, zoals de nationale Werkgroep Aanpak Opkomende Stoffen (WAOS) en voor de implementatie van de Richtlijn Stedelijk Afvalwater inclusief de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid. Rijkswaterstaat en KWR zijn daarnaast beide actief in het internationale Norman netwerk, waar veel belangstelling bestaat voor grootschalige en systematische monitoringgegevens van afvalwater en oppervlaktewater.

Meer informatie? Neem voor algemene vragen contact op met Ton van Leerdam en voor inhoudelijke vragen Patrick Bäuerlein.

delen