project

Chalk Aquifer Management (CHARM)

De Watergroep, de Vrije Universiteit Brussel en KWR slaan handen in elkaar voor studie naar de Krijtlaag. Deze grondwaterlaag is belangrijk voor waterbedrijf De Watergroep: 22% van het geproduceerde drinkwater is uit deze laag afkomstig. Om een beter zicht te krijgen op de capaciteit van de Krijtlaag en de impact van de verschillende gebruikers voeren de partners een studie uit die moet bijdragen tot een duurzame exploitatie. Daarvoor wordt onder meer een grondwatermodel op regionale schaal ontwikkeld. Dit project maakt deel uit van de Vlaams-Nederlandse waterkennisontwikkeling in het kader van het collectief onderzoek voor de waterbedrijven.

Belang van het Krijt voor de watervoorziening

Jaarlijks produceert De Watergroep rond de 140 miljoen m³ drinkwater. 22% van deze hoeveelheid wordt op 29 plaatsen gewonnen uit de Krijtaquifer, een belangrijke watervoerende laag, in Waals-Brabant, Vlaams-Brabant en Limburg. Daarnaast wordt deze waterlaag ook nog intensief gebruikt door de industrie en voor landbouwdoeleinden. De Krijtaquifer komt tot tegen het oppervlak in het noorden van Wallonië rond de as Waver, Waremme en de Jekervallei. In dit gebied wordt de aquifer voornamelijk gevoed vanuit de neerslag en heeft deze een freatisch karakter. Naar het noorden toe duikt deze laag in de ondergrond en wordt ze bedekt door jongere kleihoudende lagen die het Krijt een afsluitend karakter geven. Zo zit deze laag aan de oppervlakte in de Dijlevallei in Sint-Agatha-Rode en komt ze voor op een diepte vanaf 96 m in Leuven, vanaf 226 m in Aarschot en vanaf 150 m in Hasselt. Door deze grote diepte is het aanwezige water goed beschermd tegen invloeden van bovenaf en vormt het Krijt een strategische waterlaag waar zeer zuiver grondwater in aanwezig is.

Meer gegevens voor beter inzicht

De kenmerken van de Krijtlaag kunnen van locatie tot locatie sterk variëren, ze zijn alleen bekend op plaatsen waar pompproeven zijn uitgevoerd en waar momenteel monitoringputten zijn. Daardoor is de kennis over deze aquifer als geheel relatief beperkt. Zo weten we dat de doorlatendheid sterk kan variëren, zowel horizontaal als verticaal, door variaties in het spletenpatroon. Door de grote diepte van de aquifer zijn er echter weinig boringen en zijn er ook relatief weinig gegevens beschikbaar.

Van lokaal naar regionaal

Tot nu toe werden er voornamelijk grondwaterstudies uitgevoerd op lokale schaal om telkens een klein stuk van deze aquifer te bestuderen. De Watergroep, VUB en KWR hebben daarom de handen in elkaar geslagen om de draagkracht van de aquifer in het Krijt op regionale schaal te bepalen en om een beslissingsinstrument op te stellen om de huidige en toekomstige onttrokken volumes te kunnen beoordelen. Het is immers absoluut te vermijden dat er meer water onttrokken wordt dan de waterlaag in feite aankan.

Grondwatermodel

Klassiek wordt er voor grondwaterstudies een grondwaterstromingsmodel opgebouwd om scenario’s te berekenen. In dit geval zal er een grondwatermodel worden opgesteld voor de Krijtlaag, waarop een doorgedreven onzekerheidsanalyse zal worden toegepast. Deze is statistisch zeer complex en vergt rekenkracht van verschillende computers tegelijk. De resultaten van de onzekerheidsanalyse worden omgezet in een beslissingsmodel. Met dit model kunnen dan verschillende pompscenario’s objectief met elkaar vergeleken worden.

Duurzame exploitatie

Deze studie zal in belangrijke mate bijdragen aan het duurzaam exploiteren van de Krijtlaag.

De projectpartners van VUB, watergroep en KWR bij de start van het project. Van links naar rechts: Gert Ghysels (VUB), Alexander Vandenbohede (de Watergroep), Gijsbert Cirkel (KWR), Tom Diez (De Watergroep), Simon Six (de Watergroep) en Marijke Huysmans (VUB).