Artikel

Nieuws

Anders omgaan met pompen

Energie besparen bij grondwaterwinning

Waterbedrijven die grondwater gebruiken voor de productie van drinkwater kunnen 5 tot 10 procent op hun totale energierekening besparen, vooral door pompen met een te hoge capaciteit c.q. opvoerhoogte te vervangen. Dat blijkt uit onderzoek van KWR, uitgevoerd binnen het collectieve onderzoek voor de waterbedrijven in 2015.

Analyse van 22 pompstations

In hetzelfde onderzoek wordt aangeraden om bij renovatie van pompstations uit te zoeken of het economisch haalbaar is om het winveld uit te rusten met frequentiegestuurde onderwaterpompen of met boosterpompen in de ruwwaterleiding. Zulke opjagers hebben een hoger rendement dan de onderwaterpompen die traditioneel worden gebruikt in winputten: 80 procent versus 60 procent voor de traditionele pompen.

Deze conclusies komen voort uit een analyse van gegevens van 22 pompstations. Daaruit blijkt dat 32 procent (0,18 kWh/m3 ) van het totale energieverbruik van (grond)waterbedrijven voor rekening komt van het winnen van grondwater. Gemiddeld is 25 procent energiebesparing economisch haalbaar op de winning, met een terugverdientijd van nul tot vijf jaar. Dit is gebleken uit energiescans die Vitens heeft uitgevoerd op tien winningen.

Het belangrijkste vermijdbare energieverlies ontstaat dus als waterbedrijven voor het oppompen van grondwater te grote pompen installeren en die ‘knijpen’ naar een lagere capaciteit: dan worden ze minder energie-efficiënt.