project

Praktische richtlijnen voor gebruik van PE als leidingmateriaal

Kunststof drinkwaterleidingen kunnen stoffen afgeven waar bacteriën op kunnen groeien. De biofilm die hierdoor op de leidingwand ontstaat, kan tot waterkwaliteitsproblemen leiden. De biomassaproductie-potentietest (BPP-test) wordt gebruikt om leidingmaterialen op dit punt te beoordelen. In dit project maken we een gedetailleerde omschrijving van grenswaarde van BPP voor toepassing van materialen in distributiesysteem opgesteld. Daarbij onderbouwen we de variabelen in de BPP-test en inventariseren we de mate van nagroei in poly-ethyleen (PE) aansluitleidingen.

Voor de distributie van het drinkwater van het pompstation naar de klant toe worden verschillende materiaalsoorten gebruikt. De aard van de materialen heeft door de jaren heen een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Aanvankelijk werd gebruik gemaakt van de klassieke leidingmaterialen staal, gietijzer en later asbestcement. Later werden kunststoffen aan het assortiment toegevoegd. Door opbouw van kennis en ervaringen kunnen inzichten wijzigen. Bij het gebruik van kunststoffen vormt de potentie tot nagroei een potentieel risico, dit speelt met name bij PE.

Geen eenduidige conclusie

KWR heeft een meetmethode ontwikkeld voor de biomassaproductiepotentie van materialen (BPP-test). Inmiddels is een beoordelingscriterium voor de BPP-test verankerd in de regelgeving, naast andere testmethoden. De BPP-test roept echter nog veel vragen op bij de leveranciers van PE. In de themagroep Biologische Activiteit (2013-2017) van het Bedrijfstakonderzoek stond het onderzoek naar de variatie van PE op de onderzoekagenda. Het onderzoek heeft echter niet geleid tot een eenduidige conclusie; de nagroei potentie verschilde per PE-soort en -producent; er is geen statistisch verschil gevonden tussen de BPP-waarden van de verschillende producenten of type, dus kan niet worden geconcludeerd dat één bepaalde producent of type beter is (rapport BTO 2018-007). Hiermee blijft er een zekere mate van onzekerheid bestaan.

Praktische richtlijnen voor het gebruik van PE

Uit voorzorg heeft KWR geadviseerd terughoudend te blijven met de toepassing van PE. De praktijk leert dat PE vanwege bepaalde voordelen in een aantal situaties wel wordt toegepast door drinkwaterbedrijven en in de installatiebouw. Daarom is er meer behoefte aan praktische richtlijnen voor het gebruik van PE.

Het risico op ongewenste, onacceptabele nagroei is het grootst in de aansluitleiding. Deze is niet spuibaar, kent relatief veel stilstand van water, heeft een hogere temperatuur door ondiepere en deels inpandige ligging en heeft een groot contactoppervlak (grote conversiefactor). In distributieleidingen is het risico kleiner, door betere doorstroming, een lagere conversiefactor en meer reinigingsmogelijkheden. In aansluitleidingen zijn de praktische voordelen van PE ook groot (flexibel, levering op rol). Dit project geeft een aanzet om de materiaalkeuze voor aansluitleidingen duidelijker te formuleren.