Nieuws

Nieuws

Wat is de stand van de wetenschap op dit moment?

Onderzoek naar microplastic in Nederlands water

The Guardian berichtte 6 september over onderzoek naar plastic vezels in kraanwater, uitgevoerd door Orb Media in samenwerking met Amerikaanse wetenschappers. In het onderzoek zijn monsters genomen op verschillende plekken in de wereld (Verenigde Staten – o.a. in de Trump Tower, Libanon, Verenigd Koninkrijk, Duitsland en India). In de steekproef van Orb Media is geen Nederlands drinkwater gemeten. Navraag leert dat de achterliggende wetenschappelijke publicatie nog niet beschikbaar is.

Om meer inzicht te krijgen in de lotgevallen van micro- en nanoplastics in afvalwater, oppervlaktewater en drinkwater over te krijgen, voert KWR momenteel voor de Nederlandse drinkwaterbedrijven onderzoek uit, onderzoekers Svenja Mintenig, Stefan Kools, Patrick Bauerlein en Annemarie van Wezel proberen daarbij om zo klein mogelijke deeltjes te meten. In het door TTW (NWO-domein Toegepaste en Technische Wetenschappen, voorheen STW) gefinancierde onderzoeksproject TRAMP willen de onderzoekers niet alleen een meetmethode ontwikkelen, maar ook verder uitzoeken of en hoe de deeltjes zich in water verspreiden, in welke mate ze worden verwijderd bij waterzuivering en wat de effecten op de ecologie kunnen zijn.

Komen er in het Nederlandse kraanwater plastic vezels voor?

Onderzoek naar plastics in het milieu is begonnen met het meten van plastics in zeewater. Dit fenomeen heet ondertussen ook wel ‘plastic soep’. Meer recent is steeds meer duidelijk geworden dat microplastics ook te vinden zijn in zoet oppervlaktewater. Deze deeltjes zijn bijvoorbeeld afkomstig uit verzorgingsproducten, schoonmaakproducten etc, of ontstaan na fragmentatie uit grotere plastics. Onderzoek aan de microplastics bij onder andere KWR, WUR, Open Universiteit en de Vrije Universiteit Amsterdam laat zien dat deze voorkomen in rivieren zoals de Rijn en Maas, waarbij behandeld rioolwater een belangrijke bron vormt.

Annemarie van Wezel: “Het is belangrijk om betrouwbare meetmethoden te ontwikkelen. Alleen zo kunnen onderzoekers betrouwbaar meten en kunnen andere wetenschappers toetsen of ze tot dezelfde bevindingen komen. Tot op heden zijn de meetmethoden voor microplastic niet gestandaardiseerd, en voor nanoplastic zelfs nagenoeg afwezig. Ook is aandacht nodig voor de bemonstering en monstervoorbewerking op zo’n manier dat geen extra introductie van de plastics plaatsvindt; plastics komen immers ook voor in bijvoorbeeld de lucht.”

Stefan Kools: “Momenteel werken we bij KWR aan meetmethoden die de kleinere deeltjes (kleiner dan 100 micrometer) in water kunnen aantonen. We hebben een monstercampagne ingepland voor dit jaar en 2018 in het TRAMP-onderzoek. Gegevens uit dat onderzoek komen volgend jaar beschikbaar.” De meetmethode zelf is klaar en is voor publicatie aangeboden aan een wetenschappelijke tijdschrift. Onderzoekers gaan de methode testen en meten aan rioolwatereffluent (gezuiverd water uit de rioolwaterzuivering), oppervlaktewater en drinkwater. Kools: “Ook al is het aangetoond in oppervlaktewater, de verwachting is dat microdeeltjes het grondwater en kraanwater niet zullen bereiken. Tot nu toe zijn metingen aan drinkwater in Nederland slechts beperkt en niet op consistente wijze uitgevoerd. Slechts incidenteel vinden we zichtbare deeltjes in drinkwater; vaak is dat na werkzaamheden aan de waterleiding. Het is belangrijk dat het voorkomen van plastics in water goed wordt uitgezocht.”

Hoe klein is klein ?

Microplastics zijn kleine vaste kunststofdeeltjes (kleiner dan 5 millimeter). Het onderzoek richt zich veelal op de deeltjes die nog zichtbaar zijn, vanaf 100-200 micrometer (dat is 0,1-0,2 millimeter). Ter vergelijking: een haar is ongeveer 0,05 millimeter dik en die is nog net zichtbaar voor een goed oog. Het RIVM geeft op zijn website een definitie van microplastics.

In onderzoek naar plastic worden daarom veelal deeltjes van circa 0,2 tot 5 millimeter onderzocht met de microscoop. Deeltjes kleiner dan 0,2 millimeter vragen om speciale meetmethoden, laat staan de nog kleinere deeltjes, de ‘nanoplastics’ (1 nanometer is 1/1000 millimeter).

Vezels in de lucht

Het onderzoek van Orb Media laat foto’s zien van ‘fibres’ (vezels). Vezels kunnen gevonden worden in allerlei watermonsters. Deze zijn dan vooral afkomstig van kleding (via wasmachines). Bekend is dat bijvoorbeeld fleecetruien een grote bron van vezels kunnen zijn. Dat is bekend uit buitenlands onderzoek; een representatief Nederlands onderzoek ontbreekt. Vezels komen overigens ook in de lucht voor. Kools: “De zorg is dan ook dat je bij het dragen van deze kleding tijdens het onderzoek zelf vezels uit je eigen trui toevoegt aan je monsters. Om die reden moet je het nemen van de monsters extra zorgvuldig uitvoeren en veel zogenaamde blanco’s meenemen. Op die manier breng je de concentraties en mogelijke contaminaties in kaart.”