Nieuws

Nieuws

“International Association of Hydrogeology heeft leden veel te bieden”

Niels Hartog benoemd tot voorzitter van IAH-NL

De Nederlandse afdeling van de International Association of Hydrogeology (IAH) heeft een nieuwe voorzitter. Op 25 juni is KWR-geohydroloog dr. Niels Hartog op deze post benoemd. Mensen verbinden rondom grondwater is hierbij zijn missie. Daarnaast heeft hij de ambitie IAH-NL, de Nederlandse tak van het wereldwijde netwerk, nadrukkelijker in de markt te zetten.

De International Association of Hydrogeology bestaat sinds 1956. Het is een wereldwijd netwerk van beleidsmakers, adviesbureaus, aannemers en onderzoekers die zich bezighouden met hydrogeologie, het vakgebied van het grondwater. IAH wil het bewustzijn over grondwater wereldwijd verbeteren. Kennis delen over het gebruik van grondwater en de bescherming ervan hoort tot de doelen. Daarnaast is het internationaal verbinden van de leden een belangrijk doel.

Kruisbestuiving tussen functies

Wereldwijd telt de organisatie meer dan vierduizend leden. Verschillende landen hebben een nationale afdeling, die verbonden is met het wereldwijde netwerk. De Nederlandse tak, IAH-NL, staat sinds 25 juni onder leiding van Niels Hartog. Hij is verbonden aan KWR en aan de Universiteit Utrecht. De combinatie van al zijn functies zorgt voor een kruisbestuiving die het grondwater-vakgebied ten goede komt. “KWR heeft al veel internationale contacten. Dat kan voor IAH-NL alleen maar versterkend werken, en het draagt bij aan de herkenbaarheid vanuit het buitenland.”

Hartog is enthousiast over zijn nieuwe functie: “Het is mijn missie iedereen in Nederland die met grondwater te maken heeft aan elkaar te verbinden, en onze expertise en ervaringen in internationaal verband te delen.” Hartog voert zijn missie uit samen met een nieuw benoemde secretaris: Ane Wiersma van Deltares. Samen zorgen zij ook voor ‘verjonging’ van het bestuur.

Meer naamsbekendheid voor IAH

Wie googelt op IAH komt terecht bij het vliegveld van Houston (VS), of bij het Australische ijshockeyteam. “Aan naamsbekendheid mag nog wel iets gebeuren, inderdaad”, zegt Hartog. Dat is dan ook meteen een van de ambities die hij waar wil maken tijdens zijn voorzitterschap. “Nederland is een belangrijke speler als het om water gaat. Wereldwijd staan we voor grote wateropgaven waarvoor wij expertise kunnen leveren. Daar wil ik de IAH nadrukkelijker aan verbinden. Het leggen van die verbinding zie ik als een van de opgaven voor de komende tijd – en ook als een kans. Binnen Nederland is de IAH nog weinig bekend, terwijl we toch belangrijke doelen hebben. We hebben baat bij een duidelijker profilering om meer professionals bij de IAH te betrekken, meer samenwerkingsverbanden te kunnen organiseren én meer sponsorgelden aan te trekken. Financiële steun maakt het mogelijk onze doelen te verwezenlijken.”

Meerwaarde van IAH-NL

Met een grotere naamsbekendheid hangt ook een grotere herkenbaarheid samen. Hartog: “Zo gaan we werken aan een goede Nederlandse IAH-website. Daarmee kunnen we duidelijk maken wat de meerwaarde van IAH-NL is. Dat leidt naar verwachting ook tot toename van het aantal Nederlandse leden, en dat zou goed zijn. Want IAH heeft de kennis en expertise van leden nodig, maar heeft hun ook veel te bieden doordat zij internationale contacten opdoen en over en weer van elkaar kunnen leren.”

Samenwerking met andere afdelingen

De nieuwe voorzitter zoekt binnen zijn functie naar samenwerking met andere afdelingen van IAH. In juni bracht hij al een bezoek aan de Belgische afdeling, en in september staat een bezoek aan Korea op het programma. “Het contact met andere landen is een pluspunt van zo’n wereldwijd netwerk”, zegt hij. “Je krijgt een kijkje in de keuken waar je zelf weer je voordeel mee kunt doen, je krijgt kennis van uitdagingen en ontwikkelingen in andere landen. In België heb ik bijvoorbeeld verteld over de recente inzichten uit ons onderzoek naar de ondergrondse opslag van thermische energie in relatie tot grondwater. Tegelijk zag ik daar een goed georganiseerde en ambitieuze groep grondwaterprofessionals die goed de jongere generatie aan zich weten te binden. Ik zeg niet dat we alles precies zo moeten organiseren als andere landen doen, maar we kunnen daar in Nederland wel van leren.”