Nieuws

Nieuws

Olifanten en briljante storytelling op afscheidssymposium

Onze waterinfrastructuur is een olifant, zegt Kala Vairavamoorthy, directeur van de International Water Association, op het afscheidssymposium van KWR-directeur Wim van Vierssen. Het is aangelegd voor de lange termijn en is niet-adaptief. Tomas Michel, voorzitter van het Water supply and sanitation Technology Platform belicht het belang van Europese samenwerking. “Zo krijgen we betere toegang tot onderzoeksgeld.” Tijdens het symposium Bridging Science to Practice in the Nexus op 21 juni zijn sprekers en panelleden het over één ding eens: de brug naar de water-energie-voedsel nexus moet worden geslagen. Waarbij ‘nexus’ staat voor een integrale blik op water en waterproblematiek.

Geen lange carrièreterugblikken op dit afscheidssymposium op het kantoor van KWR in Nieuwegein. Wel lof voor Van Vierssen: hij had grote invloed op het doen van onderzoek en het vormen van opinies binnen de watersector. Voor een zaal vol leiders in de watersector werpen sprekers en het discussiepanel een blik op de toekomst van water. Want hoe pakken de partners in de water-energie-voedsel nexus de vraagstukken in de watersector op?

Olifanten en storytelling

Als directeur van het grootste netwerk voor waterprofessionals wereldwijd kent IWA-directeur Kala Vairavamoorthy de uitdagingen. Hij zet ze in zijn bijdrage uiteen. Zo ziet hij toekomst in open, horizontale innovatie. Oplossingen voor problemen in de watersector hoeven dan niet noodzakelijkerwijs uit de sector zelf te komen. Hij vertelt over een succesvol project in Jordanië dat energie opwekt en kunstmest produceert. Water is daarbij een bijproduct.

Onze westerse systemen zijn olifanten, stelt Vairavamoorthy. De waterinfrastructuur is gebouwd om lange tijd mee te gaan en stamt uit een tijd waarin we dachten dat er altijd meer dan genoeg water zou zijn. De keuze is nu: Gaan de besluitvormers voor de makkelijke oplossing, en vervangen ze oud door nieuw? Of maken ze strategische keuzes en plaatsen ze infrastructuur die het huidige model verandert? Vairavamoorthy’s voorkeur gaat uit naar de tweede optie, zeker voor ontwikkelingslanden. Want zij staan voor dezelfde keuze, maar kunnen nog voor volledig flexibele, circulaire systemen kiezen: systemen die beter inspringen op verandering.

Ook voorzitter van WssTP Tomas Michel zet in zijn lezing in op innovatie. Watersystemen moeten beter en goedkoper, maar vooral slimmer om aan de groeiende behoefte te blijven voldoen. Dat betekent niet alleen aanpassingen van de systemen, maar ook op bestuursniveau, zegt Michel. Maar, zegt hij, hoe wij ons als maatschappij verhouden tot water is minstens zo belangrijk als de technologische innovaties die elkaar steeds sneller opvolgen. Vanuit dat oogpunt is de water-energie-voedsel nexus briljante storytelling. Het plaatst water precies in de juiste context en maakt het tastbaar. Ineens gaat het namelijk over energie en voedsel. Is er niet genoeg water, dan is er niet genoeg voedsel en energie voor de groeiende wereldbevolking.

Marktwerking

“Europa is de absolute marktleider als het gaat om wetenschappelijke kennis, maar weet dat nog niet om te zetten naar leiderschap”, zegt Michel. Zijn organisatie, WssTP, verbindt kennisinstituten, publieke waterorganisaties en commerciële partijen binnen Europa. Kennis naar praktijk vertalen en goede samenwerking zijn volgens hem uitdagingen, maar vormen tevens de oplossing.
Michel hoopt door Europese samenwerking op een betere verdeling van beschikbaar geld. Hij pleit voor Living Labs: proeftuinen implementeren in de samenleving om samen met eindgebruikers te zoeken naar wat werkt. Het is een manier om de kloof tussen kennis en praktijk te overbruggen.

Eerder stipte Vairavamoorthy al aan dat begrip van het ‘verdienmodel’ nog ontbreekt. De academische wereld is nog te veel op productiecijfers gericht, denkt hij, en het marktonderzoek wordt vergeten. Hij geeft het voorbeeld van een voormalige proeftuin die kunstmest produceerde, maar de eigenlijke interesse van de markt bleek te liggen bij het verminderen van slib. Dat is waar de meeste winst vandaan kwam; de kunstmest leverde veel minder op.

Leiderschap

Mariëlle van der Zouwen van KWR leidt het discussiepanel dat bestaat uit Annemarie van Wezel (KWR), Wim Drossaert (Dunea), Hans Goossens (De Watergroep), Cees Buisman (Wetsus) en Michiel van Haersma Buma (Allied Waters). Van Wezel van KWR houdt een pleidooi voor duidelijke identiteit van betrokken partijen in samenwerking in de nexus. Dunea-directeur Drossaert ziet een rol voor (big) data in het analyseren van de behoeften van klanten. Buisman verwacht meer van ‘complexe, natuurlijke oplossingen’ dan van technologische oplossingen. Wetenschappers moeten in gesprek met de politiek, vindt Van Haersma Buma. Het begint met content, maar het kost soms jaren om wetten aan te passen die nog zijn ingericht op oude systemen. Op de vraag of waterbedrijven in de toekomst nog wel bestaan, antwoordt Goossens dat hij dat natuurlijk niet weet, maar dat hij zich een ontwikkeling naar een multi-utility ziet zitten. “Zolang er maar een publiek lichaam is dat mensen van schoon drinkwater voorziet”.

Toekomst

Van Vierssen zelf sluit af met een perspectief op de menselijke maat van innovatie in de nexus. Daarin blikt hij kort terug op de centrale vraag in zijn loopbaan: ‘Hoe kunnen we zo veel weten en zo weinig impact hebben?’ Met initiatieven als Watershare en Allied Waters heeft hij vanuit KWR aan het vergroten van die impact gewerkt. Een clan, ongeveer 100 tot 200 mensen, is de optimale groepsgrootte voor transitie en verandering, stelt hij. “Eigenlijk is KWR een clan.”

20180621_IngeKooimanFotografie-2
Mariëlle van der Zouwen leidt het discussiepanel.
20180621_IngeKooimanFotografie-4
Onze westerse systemen zijn olifanten, stelt Vairavamoorthy. De waterinfrastructuur is gebouwd om lange tijd mee te gaan en stamt uit een tijd waarin we dachten dat er altijd meer dan genoeg water zou zijn.
20180621_IngeKooimanFotografie-10
Het discussiepanel bestaat uit Annemarie van Wezel (KWR), Wim Drossaert (Dunea), Hans Goossens (De Watergroep), Cees Buisman (Wetsus) en Michiel van Haersma Buma (Allied Waters).
20180621_IngeKooimanFotografie-11
Van Vierssen zelf sluit af met een perspectief op de menselijke maat van innovatie in de nexus. Daarin blikt hij kort terug op de centrale vraag in zijn loopbaan: ‘Hoe kunnen we zo veel weten en zo weinig impact hebben?’
20180621_IngeKooimanFotografie-12
Geen lange carrièreterugblikken op dit afscheidssymposium op het kantoor van KWR in Nieuwegein. Wel lof voor Van Vierssen: hij had grote invloed op het doen van onderzoek en het vormen van opinies binnen de watersector.
20180621_IngeKooimanFotografie-16
Een clan, ongeveer 100 tot 200 mensen, is de optimale groepsgrootte voor transitie en verandering, stelt Van Vierssen. “Eigenlijk is KWR een clan.”
20180621_IngeKooimanFotografie-2
20180621_IngeKooimanFotografie-4
20180621_IngeKooimanFotografie-10
20180621_IngeKooimanFotografie-11
20180621_IngeKooimanFotografie-12
20180621_IngeKooimanFotografie-16