Nieuws

Nieuws

NL-Vispopulatiescan brengt de soortensamenstelling van vispopulaties in kaart

De aan- of afwezigheid van vissoorten zegt iets over de waterkwaliteit. Binnen het TKI Watertechnologieproject ‘Monitoring van vismigratie met eDNA’ is een nieuwe methode ontwikkeld om de soortensamenstelling van een vispopulatie te monitoren. De NL-Vispopulatiescan doet dit via een nieuwe, publiek beschikbare eDNA metabarcoding-analyse. De scan kan een grote diversiteit aan vissoorten aantonen. Hiermee vormt de NL-Vispopulatiescan in potentie een goed alternatief voor het in beeld brengen van de soortensamenstelling ten opzichte van de huidige bemonsteringsmethoden. Het project is uitgevoerd door KWR, in samenwerking met ATKB, BaseClear, Waterschap Aa & Maas, Waterschap Brabantse Delta, Waterschap Limburg en Witteveen+Bos.

Monitoring van vispopulaties

Om de ecologische kwaliteit van Europese wateren op orde te krijgen, moeten waterbeherende instanties veel maatregelen nemen. Daarmee kunnen ze voldoen aan de vereisten die worden gesteld door de Habitatrichtlijn en met name de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW).

Om in kaart te brengen welke vissen voorkomen, worden vissen gevangen en na onderzoek teruggezet. De huidige bemonsteringsmethoden hebben beperkingen voor het opsporen van zeldzame en moeilijk vangbare soorten. Ze zijn ook tijdrovend, arbeidsintensief en daarmee kostbaar, en veroorzaken verstoring van de vissen en het leefgebied. Er bestaat dan ook behoefte aan een betrouwbare methode om kosteneffectief en zonder verstoring de verspreiding en migratie van vispopulaties te monitoren.

NL-Vispopulatiescan

Nieuwe methoden die zich richten op de aanwezigheid van eDNA zijn diervriendelijker, beter te standaardiseren, mogelijk ook betrouwbaarder en op termijn goedkoper om te bepalen welke vissoorten voorkomen. Voor monitoring van de soortensamenstelling van een vispopulatie is in dit project een nieuwe, publiek beschikbare eDNA metabarcoding-analyse ontwikkeld: de NL-Vispopulatiescan. Met deze methode worden DNA-sporen geïdentificeerd die vissen achterlaten in het milieu. Dit zijn sporen afkomstig van bijvoorbeeld uitwerpselen, slijm, huid of schubben. Met de metabarcoding-analyse kan op basis van soortspecifieke DNA-codes vastgesteld worden om welke vissoorten het gaat. De methode is in het laboratorium gevalideerd en in de praktijk getoetst.

De resultaten uit het onderzoek laten zien dat de NL-Vispopulatiescan in de wateren waar voldoende eDNA kon worden verzameld een grote diversiteit aan vissoorten aantoont. De eveneens toegepaste inzet van een speciaal op enkele doelsoorten gerichte eDNA-analyse geeft een beeld van de kwantitatieve verspreiding van eDNA van de populaties van deze soorten. Voor een goede interpretatie van die gegevens is echter nog nader onderzoek nodig.

De in het veld toegepaste eDNA-extractiemethode bleek nog niet in alle onderzochte watermonsters in staat om voldoende eDNA te verkrijgen. Vooralsnog is het meer betrouwbaar om eDNA uit de watermonsters in het laboratorium te filtreren.

Bekijk het rapport op de projectpagina Monitoring van vismigratie met eDNA. In het tijdschrift Watter Matters is de methode nader toegelicht. Een vergelijking met resultaten van gelijktijdige conventionele vismonitoring in diverse wateren wordt binnenkort in Watter Matters gepubliceerd.