Artikel

Nieuws

Promotieonderzoek onder begeleiding van KWR-directeur

Nabijheid beïnvloedt gezamenlijke kennisproductie

Op 23 januari 2015 promoveerde Pieter Heringa aan de Technische Universiteit Delft (TU Delft) op zijn onderzoek naar de vraag of nabijheid bepalend is voor het al dan niet gezamenlijk produceren van kennis. In zijn proefschrift ‘Proximity and collaborative knowledge production in the water sector’ laat hij zien dat er nog opmerkelijk veel blinde vlekken zijn in de kennis over het effect van nabijheid op gezamenlijke kennisproductie. Tijdens zijn onderzoek werd Heringa begeleid door Wim van Vierssen, KWR-directeur en hoogleraar aan de TU Delft.

Watersector als studieobject

Heringa heeft in zijn onderzoek naar nabijheid bewust gekozen om de watersector als studieobject te gebruiken. Waterbeheer wordt namelijk in het algemeen op nationaal niveau georganiseerd, maar de uitdagingen die het kent zijn vaak specifiek voor de lokale omgeving. Water laat zich niet beperken door bestuurlijke of culturele grenzen, waardoor het produceren van gezamenlijke kennis van groot strategisch belang kan zijn. Heringa heeft niet alleen gekeken naar geografische nabijheid, maar ook naar organisatorische, cognitieve en sociale nabijheid.

Het effect van nabijheid

Uit de studie blijkt dat sociale en cognitieve nabijheid een positief effect hebben op de uitkomsten van een onderzoekssamenwerking. Geografische en organisatorische nabijheid zorgen daarentegen voor een negatief effect op een ‘harde’ uitkomst, zoals gezamenlijke publicaties, en hebben een heel beperkt positief effect op de ‘zachte’ uitkomsten van een samenwerking, zoals het informeel uitwisselen van ideeën. “Kennisgebruikers zijn vatbaarder voor het effect van de dimensies van nabijheid dan kennisproducenten”, aldus Heringa.

Aanbeveling

Op basis van zijn conclusies raadt Heringa onder andere aan dat beleidsmakers in kennisproductienetwerken met een stabiele en relatief homogene kern, zoals de watersector, de belangrijkste partijen in het netwerk stimuleren om het netwerk verder te ontwikkelen en te versterken. Op die manier wordt de aansturing van het netwerk verbeterd.