Nieuws

Nieuws

Rioolonderzoek is beleidsinstrument voor gemeente

In opdracht van acht gemeentes in de provincie Utrecht onderzocht KWR het vóórkomen van verdovende middelen in het rioolwater. In alle gemeentes wordt amfetamine (speed), MDMA (ecstacy), cocaïne en cannabis gebruikt. Het is de eerste keer in Nederland dat gemeenten gezamenlijk in regionaal verband het drugsgebruik op deze manier laten meten. Het levert objectief vergelijkingsmateriaal voor het maken van beleid.

In opdracht van acht gemeentes in de provincie Utrecht onderzocht KWR het vóórkomen van verdovende middelen in het rioolwater van de rioolwaterzuiveringsinstallatie waarop de betreffende gemeente is aangesloten. In dezelfde week (zeven dagen lang) is in alle zuiveringsinstallaties het binnenkomende rioolwater representatief voor het gehele etmaal geanalyseerd op de aanwezigheid van vijf verdovende middelen: amfetamine (speed), MDMA (ecstasy), methamfetamine (crystal meth), cocaïne en cannabis. Het onderzoeksteam van KWR staat onder leiding van hoogleraar Pim de Voogt.

Beleidsinstrument

KWR benadrukt het belang van het rioolonderzoek als instrument voor gemeentelijk drugsbeleid. Samen met kwalitatief onderzoek met behulp van vragenlijsten onder verschillende doelgroepen, levert dit kwantitatieve rioolonderzoek concrete aanknopingspunten voor bestuurders en beleidsambtenaren. De methode geeft inzicht in verschillen tussen regio’s en in de tijd over het drugsgebruik, tegen relatief beperkte kosten. Daarnaast is het aantal burgers dat betrokken wordt in deze analyse groot, namelijk alle inwoners in het voorzieningsgebied van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Tenslotte is het ook mogelijk om met deze methode illegale dumpingen op te sporen. Deze zijn in dit regionale onderzoek niet aangetroffen.

Staatssecretaris Van Rijn liet in 2014 weten dat hij het de verantwoordelijkheid van individuele gemeenten vond om dit onderzoeksinstrument ook daadwerkelijk in te zetten. Een enkele gemeente heeft inmiddels hiervan gebruik gemaakt. Dit is de eerste keer dat deze analyse in regionaal verband is uitgevoerd.

160614 Figuur Groot klein

Figuur: Scores per gemeente in milligram per 1000 inwoners per dag. ‘GROOT’ zijn de steden Utrecht (2016), Amsterdam en Eindhoven (2015). ‘KLEIN’ zijn de acht Utrechtse gemeenten (2016). (NB. Bij cocaïne spreken we niet van ‘vracht’ maar van ‘consumptie: het aantal milligram per duizend inwoners per dag aan pure cocaïnegebruik.)

Resultaten

In alle onderzochte gemeentes worden vier van de vijf drugs gebruikt, namelijk amfetamine, MDMA, cocaïne en cannabis. De hoeveelheid (‘vracht’) drugs, uitgedrukt in milligram per 1000 inwoners per dag, is voor cocaïne en cannabis in de kleine gemeentes significant lager dan in grotere steden als Utrecht, Amsterdam en Eindhoven. Voor amfetamine en MDMA zijn er geen significante verschillen tussen grotere en kleinere steden.

De Voogt: “Omdat we gedurende zeven dagen achtereen bemonsteren, kunnen we variaties in het gebruik gedurende de week zichtbaar maken. In de onderzochte gemeentes blijken MDMA en cocaïne in het weekend duidelijk meer gebruikt te worden dan doordeweeks. Voor cannabis en amfetamine zijn geen grote verschillen tussen weekend- en doordeweeks gebruik zichtbaar.”

Methode van onderzoek

De bemonsterings­methode van KWR houdt nauwkeurig rekening met verdunning door regenval of verhoogd watergebruik (douchen ’s ochtends). Door de drugsconcentraties te vermenigvuldigen met de totale hoeveelheid rioolwater die in het etmaal wordt aangevoerd, kan de exacte vracht aan verdovend middel worden uitgerekend. Deze vracht is een maat voor het gebruik van de desbetreffende drug in de gemeente. Aangezien het aantal inwoners dat op het rioolwaterstelsel is aangesloten bekend is, kan de vracht uitgedrukt worden per 1000 inwoners. Dat maakt een vergelijking tussen gemeentes mogelijk. De onderzoeksmethode is wetenschappelijk gevalideerd in het meerjarige Europese onderzoek in tientallen steden en verschillende laboratoria.

Bij het bemonsteren van het rioolwater van de acht gemeenten hebben de KWR-onderzoekers nauw samengewerkt met de collega’s van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.