Nieuws

KWR-onderzoeker Johan van Leeuwen benoemd tot senior fellow bij de Universiteit Utrecht

Samenwerking KWR en UU zorgt voor verdieping van praktijkonderzoek voor de watersector

Na ruim vijf jaar gastmedewerker te zijn geweest bij de Universiteit Utrecht (UU), werd KWR-onderzoeker Johan van Leeuwen in december 2025 benoemd tot senior fellow. ”Ik zie het als een erkenning voor mijn werk aan bodem en gezondheid”, zegt de geohydroloog, die bijvoorbeeld veel onderzoek doet naar PFAS. ”En als strategische versterking van onze samenwerking.”

Zijn sporen bij de UU heeft Van Leeuwen onder meer verdiend met jarenlang onderzoek in het Utrechtse Griftpark, dat bekendstaat om de vervuilde bodem als gevolg van een voormalige gasfabriek op deze locatie. Ook is de onderzoeker betrokken bij het Europese MIBIREM-project, bedoeld om een innovatieve toolbox te ontwikkelen waarmee micro-organismen worden ingezet voor bodemsanering op verontreinigde locaties. Met de benoeming van Van Leeuwen tot senior fellow versterkt de universiteit haar onderwijskundig leiderschap. Vanuit een intrinsieke motivatie werkt de onderzoeker aan bodemverontreiniging en bodemsanering, in de brede zin van het woord. “Met mijn nieuwe positie merk ik dat mensen naar mij toekomen in plaats van andersom, wat ik altijd gewend was”, zegt hij. “Daar geniet ik enorm van.”

Onderliggende vragen

Van Leeuwen is niet de enige KWR-onderzoeker die met één been in de universitaire wereld staat. Hij legt uit hoe dat werkt. “Tot op heden deed ik mijn werk bij de UU vanuit KWR, op projectbasis. Als senior fellow krijg ik nu een dag in de week voor mijn academische werkzaamheden. En daar heeft de waterpraktijk baat bij. KWR werkt met kortlopende projecten die antwoord geven op praktijkvragen vanuit de watersector. Met deze werkzaamheden schurk ik dicht tegen de drinkwaterbedrijven aan, zodat ik de problemen waarmee zij worstelen goed leer kennen. Maar vaak kom ik tegen, dat aan die uitdagingen ook fundamentele vragen ten grondslag liggen. Praktijkmensen hebben dat niet meteen in de gaten. Wanneer je door de samenwerking met universiteiten ook de kans hebt om die diepte in te duiken, ga je de onderliggende vragen en het grotere geheel zien. Daarom werk ik al een tijdlang aan de ontwikkeling van een onderzoekslijn over bodem en gezondheid. Dat doe ik zowel vanuit KWR als vanuit de UU. Door het oplossen van praktische deelvragen én door te kijken naar wat daaronder ligt, voeg je waarde toe aan de watersector. Dat vind ik goud waard.”

Strategische versterking

Ook voor KWR ziet Van Leeuwen de pluspunten van zijn benoeming tot senior fellow. “De laatste jaren werk ik veel aan gedrag van PFAS in onze leefomgeving, maar ook in andere poreuze media, zoals bijvoorbeeld zand en actieve kool, toegepast in waterzuiveringen. Dit onderwerp staat bij drinkwaterbedrijven hoog op de agenda. Binnen Waterwijs, het gezamenlijk onderzoeksprogramma van de drinkwaterbedrijven, kunnen we uitstekend projecten op dit gebied uitvoeren. Maar je moet ook kijken naar de langere termijn: wat zijn de belangrijke vragen, wat dragen de antwoorden bij aan het grote geheel en wat moet daarvoor nog allemaal gebeuren? Zulke langere trajecten passen beter bij een universiteit.” Wat Van Leeuwen ook ervaart, is dat vanwege zijn zichtbaarheid bij de UU externe partijen naar hem toekomen met een onderzoekskwestie, zoals ProRail of de industrie. “Zij vragen mij dan een project op te zetten”, vertelt Van Leeuwen. “Maar vaak moet ik zeggen: daar heb ik op de universiteit de menskracht niet voor. We kunnen in zo’n geval wel naar KWR toestappen, waar we voor allerlei disciplines teams hebben klaarstaan om vragen vanuit de praktijk te beantwoorden. Het werkt dus twee kanten op, waardoor we strategisch gezien elkaar versterken.”

Geen uitgelezen academicus

Gevraagd naar voorbeelden van samenwerkingsverbanden tussen KWR en de UU, noemt Van Leeuwen het PFAS living lab van de universiteit, waarvan hij wetenschappelijk coördinator is. Met dit living lab worden allerlei vragen rondom het verwijderen van PFAS uit de bodem uitgediept. En in een bijlage van het Rapport Wennink ‘De route naar toekomstige welvaart’ is een projectvoorstel opgenomen van KWR, de UU en het Amersfoortse bedrijf High Voltage Engineering Europe, waarin een innovatieve techniek wordt ontwikkeld en getest om PFAS uit (drink)water te verwijderen. Misschien is Van Leeuwen wel zo goed op zijn plek in deze balans tussen praktijkonderzoek bij KWR en de academische wereld, vanwege de – niet altijd even gemakkelijke – weg die hieraan is voorafgegaan. “Ik ben geen uitgelezen academicus”, zegt hij zelf. “Eigenlijk was ik twaalf jaar geleden gestopt met mijn studie Civiele Techniek. Maar toen een professor aan de UU mij vroeg om gastcolleges te komen geven over grondwatertransport van verontreiniging en grondwatersanering, wakkerde dit het vuurtje in mij opnieuw aan. Ik pakte mijn studie weer op, gemotiveerd vanuit een innerlijke drive. Van bachelor groeide ik door naar master, naar PhD, en naar postdoc. Daar komt nu dus senior fellow bij. De academicus in mijzelf heb ik dus pas later in mijn leven gevonden.”

Impact maken

Het is de droom van Van Leeuwen een bijdrage te leveren aan het opruimen van stoffen die in het milieu zijn terechtgekomen, en die niet of nauwelijks afbreekbaar zijn. En dat de chemiesector minder van zulke stoffen zal gaan produceren. “Tegen mijn studenten zeg ik altijd: ik zie mijzelf als de vuilnisman van de industrie. Dat is best een grote opdracht, maar het geeft veel voldoening om hierin een verschil te kunnen maken en anderen te enthousiasmeren om mee te helpen. Opgegroeid in een aannemersgezin, kom ik uit de praktijk. Daarom vind ik dat academici niet alleen met elkaar moeten praten. Je kunt dan vaak alleen maar piepkleine vraagstukken oplossen. Als je vanuit een maatschappelijk probleem met verschillende disciplines naar de onderdelen ervan kijkt, en dit weet te bundelen tot een uniform vraagstuk, dan heeft dat veel meer impact.”

delen