Watercycle Research Institute

 

Persbericht
KWR Watercycle Research Institute en DHV
28 juni 2010

Nieuwe detectiemethode blauwalgen snel en betrouwbaar

KWR Watercycle Research Institute en het advies- en ingenieursbureau DHV testen deze zomer een nieuwe, veelbelovende methode om snel blauwalgen op te sporen.  De nieuwe techniek ‘Q-PCR’ (Quantitative Polymerase Chain Reaction ) is snel en naar verwachting betrouwbaar. Daardoor  weten waterbeheerders of er sprake is van aanwezigheid van giftige blauwalgen en adequaat kunnen reageren. Dit voorkomt dat zwemwaterlocaties ten onrechte worden gesloten of juist open blijven terwijl er risico’s voor de gezondheid zijn. De proeven gebeuren in opdracht van Rijkswaterstaat. 

Sinds 2008 wordt het risico van blauwalgen (cyanobacteriën) bepaald aan de hand van de hoeveelheid blauwalgen in het water. In de afgelopen jaren was er geen betrouwbare en objectieve methode om vast te stellen hoeveel cyanobacteriën op een zwemwaterlocatie voorkomen. Omdat blauwalgen van de ene op de andere dag massaal aan het wateroppervlak kunnen opduiken, wordt er al lange tijd onderzoek gedaan naar betere en snellere detectiemethoden. Wanneer zwemmers in contact komen met blauwalgen lopen ze het risico op huiduitslag. Als zwemmers blauwalgen inslikken, lopen ze risico’s op maag/darmproblemen. Bij gevaar voor blauwalgen geeft de provincie een negatief zwemadvies of stelt een zwemverbod in. Vele wateren worden jaarlijks geteisterd door blauwalgen. 

Testen in de zomer
In de zomermaanden test het Laboratorium voor Microbiologie van KWR de nieuwe opsporingsmethode op 25 zwemwaterlocaties, variërend van Friesland tot Limburg. DHV zorgt voor de aanlevering van watermonsters waaruit DNA wordt gehaald, waarna in een laboratorium precies kan worden nagegaan hoeveel blauwalgen in het water zitten. 

Onderzoeker Bart Wullings van KWR: “We vergelijken de resultaten van de test met de nieuwe methode ‘Q-PCR’ met de gangbare detectiemethoden, namelijk een microscopische telling en een zogenaamd ‘fluoroproob’, en zullen op basis daarvan aanbevelingen doen over de inzet van Q-PCR”. 

Adviseur Edwin Kardinaal van DHV: ’’Nu hebben waterbeheerders nog geen betrouwbare en objectieve methode om op blauwalgen te testen. We verwachten dat onze nieuwe methode waterbeheerders wel in staat zal stellen om snel maatregelen te nemen, gebaseerd op betrouwbare informatie. Zo voorkomen provincies dat ten onrechte een zwemlocatie wordt open gehouden of juist ten onrechte gesloten.’’ 

Nieuwe detectiemethode
De nieuwe detectiemethode op basis van de Q-PCR techniek (Quantitative Polymerase Chain Reaction) richt zich vooral op blauwalgen die giftig kunnen zijn voor mensen en dieren. De nieuwe detectiemethode maakt onderscheid tussen onschuldige en mogelijk giftige soorten, zoals Microcystis, Planktothrix, Aphanizomenon en Anabaena. In het laboratorium wordt een zwemwatermonster gefiltreerd en daarna wordt het DNA uit dat geconcentreerde monster geïsoleerd. Met behulp van de Q-PCR techniek wordt vervolgens bepaald of en zo ja in welke concentratie de blauwalgen aanwezig zijn.

Noot voor de redactie
Hans Ruijgers, communicatie KWR,030-6069623 of 06-21822812.

Search